nandoonline

Alles over sluitertijd, diafragma en ISO

Inleiding

In mijn artikel over de PSAM modes vertel ik alles over de verschillende belichtingsinstellingen. Die modes hebben alles te maken met hoeveel je op de camera zelf in moet stellen voor een goed belichte opname; van niets tot alles. Maar wat bepaalt nu precies een goed belichte foto?  Wat zorgt ervoor dat de sensor exact de juiste hoeveelheid licht ontvangt? Heel eenvoudig:  het diafragma, de sluitertijd en de ISO waarde. Met die drie kunnen we zorgen dat er precies voldoende licht op de sensor valt om een mooi belichte opname te krijgen. Het maakt niet uit of we dat (deels) door de camera laten instellen, of dat we het handmatig doen: de belichting wordt ALTIJD ingesteld met die drie waarden.

Diafragma, sluitertijd en ISO waarde op het scherm van de digitale spiegelreflex camera

Diafragma, sluitertijd en ISO waarde op het scherm van de digitale spiegelreflex camera

Begrijpen wat diafragma, sluitertijd en de ISO-waarde betekent is maar een deel van de basiskennis die nodig is bij het fotograferen. Begrip van de onderlinge relatie is even zo belangrijk. Dat betekent dat de fotograaf moet weten wat de consequentie is van het aanpassen van één van de drie, en wat dit voor effect heeft op de andere twee. Dat klinkt in eerste instantie ingewikkeld voor de beginnende fotograaf. Maar door dit stap voor stap door te nemen wordt het al snel duidelijk. Dit artikel is dan ook bedoeld voor de beginnende fotograaf.

We gaan voor dit artikel de automatische belichtingsprogramma’s negeren en gaan de camera helemaal handmatig bedienen. Alleen dan kunnen we leren begrijpen hoe de onderlinge verhouding tussen de instelmogelijkheden werkt. Als we het uiteindelijk begrijpen is er geen enkel bezwaar om weer gewoon gebruik te maken van de belichtingsprogramma’s van de camera.

Rekenen met stops – deel 1

Ik val meteen de deur binnen met een heel abstracte term: ‘stops’. Het enige wat voorlopig even belangrijk is, is dat één stop de stap tussen de verschillende instellingen van het diafragma, sluitertijd en ISO is.

Vroeger kon de sluitertijd, het diafragma en de ISO vrijwel alleen met hele stops ingesteld worden. Tegenwoordig zijn de digitale camera’s op 1/3 stop instelbaar. Om het makkelijk te maken wil ik voorlopig rekenen met hele stops. Dat betekent dat de waarden die ik ga gebruiken in te stellen zijn door het instelwiel of knop op de camera 3 kliks te verzetten.

Custom menu EOS 7D: belichtingsniveau verhogen     Custom menu EOS 7D: ISO stappen

Overigens is het gebruik van een hele, halve of een derde stops in het menu instelbaar. Ik adviseer om de handleiding van de camera daarop na te slaan. Meer over het rekenen met stops volgt later.

Wat doet wat?

Het is belangrijk om te weten wat sluitertijd, diafragma en ISO nu precies is en wat het doet. En dan bedoel ik niet het ingewikkelde verhaal met formules en berekeningen. Voor de fotograaf is dat niet eens zo interessant. Maar wat al die dingen voor invloed hebben op het licht is wel interessant. Laat ik ze alle drie één voor een uitleggen.

Sluitertijd

De sluiter is het (metalen) gordijn dat voor de sensor hangt en ervoor zorgt dat er geen licht op die sensor valt. Op het moment dat het gordijn open gaat valt er licht op de sensor en wordt de feitelijke foto gemaakt. De tijd dat dit gordijn open is, is de sluitertijd.

Een animatie van een werkende sluiter.

Een animatie van een werkende sluiter: het gordijn gaat open – de foto wordt belicht – en het gordijn sluit weer. De tijd die tussen openen en sluiten zit is de sluitertijd.

Hoe langer dit gordijn open gehouden wordt, hoe meer licht er op de sensor kan vallen.  Als het donker is zal het dus nodig zijn om meer licht te vangen dan als er veel licht is. Dat betekent simpel gezegd, dat hoe donkerder het wordt, hoe langer dat gordijn, de sluiter, open moet blijven.

De tijd dat de sluiter open blijft wordt aangeduid in een deel van een seconde, en dat is een breuk. Over het algemeen is het rekenen met breuken een drempel voor velen, maar in het geval van sluitertijden is het niet zo moeilijk als het klinkt.

Ik begin met een sluitertijd van 1 seconde.  Dit is eenvoudig weergegeven als ‘1’
Als we die tijd halveren levert dat een halve seconde op, ofwel weergegeven als ‘1/2’
Als we vervolgens die tijd opnieuw halveren levert het een kwart seconde op: 1/4
Wederom de tijd halveren levert een achtste seconde op: 1/8

Zoals te zien is wordt het getal onder de streep bij elke halvering verdubbeld.  Als we doorgaan levert de volgende stap echter 1/16 seconde op, en die wordt niet gebruikt! Daarvoor in de plaats zien we 1/15 seconde staan. De reden is niet belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat het een eenvoudige serie sluitertijden oplevert. Kijk maar als ik keer op keer de tijd met de helft korter maak.

1 – 1/2 – 1/4 – 1/8 – 1/15 – 1/30 – 1/60 – 1/125 – 1/250 – 1/500 – 1/1000 – 1/2000 –  1/4000

En wat valt op? Ook bij de halvering van 1/60 maken we het iets makkelijker door er 1/125 van te maken. Maar voor de rest wordt het getal onder de streep per stap verdubbeld. Op de camera zien we alleen de getallen onder de streep vermeld. Dat is belangrijk om te beseffen. Dit levert de volgende reeks getallen op:

1” – 2 – 4 – 8 – 15 – 30 – 60 – 125 – 250 – 500 – 1000 – 2000 – 4000

Op oude analoge camera's staan de sluitertijden mooi op een rijtje. Hier zien we de sluitertijdenring van een Minolta XG-M

Op oude analoge camera’s staan de sluitertijden mooi op een rijtje. Hier zien we de sluitertijdenring van een Minolta XG-M

Hoe langer de sluiter open staat, hoe groter het risico dat beweging geregistreerd wordt. Dit is de bewegingsonscherpte door het onderwerp dat gefotografeerd wordt, of door het niet stil kunnen houden van de camera door de fotograaf zelf. Over het algemeen zal een sluitertijd onder de 1/125 seconde het risico op een ‘bewogen’ foto snel doen toenemen. Sluitertijden onder de 1/15 zullen door maar weinig fotografen nog uit de hand, zonder beeldstabilisatie, genomen kunnen worden zonder bewegingsonscherpte.

Diafragma

In tegenstelling tot sluitertijd is diafragma heel wat moeilijker om te begrijpen. Diafragma betekent lensopening en de getallen die daarbij horen zijn ‘raar.’ Waar die getallen  precies vandaan komen is iets waar ik – in tegenstelling tot sluitertijd – niet te lang bij stil wil blijven staan. De diafragmagetallen worden weergegeven door het getal met de notatie ‘f/’ ervoor.

De diafragma's waren vroeger heel duidelijk aanwezig. Hier op een oud 50mm objectief van Minolta

De diafragma’s waren vroeger heel duidelijk aanwezig. Tegenwoordig helaas niet meer. Deze staan op een oud 50mm objectief van Minolta.

Lensopening is precies dat wat het lijkt: de opening van de lens waar het licht doorheen komt. Hoe groter die opening, hoe meer licht er doorheen kan. De grootst mogelijke opening wordt altijd op het objectief weergegeven om aan te duiden hoe lichtgevoelig het objectief is. Een voorbeeld is een 50mm f/1,4 objectief (grootste lensopening diafragma f/1,4), of een 100mm f/2,8 objectief (grootste lensopening diafragma f/2,8)

Welke diafragmagetallen bestaan er? Ik heb ze hier op een rijtje gezet.

f/1 – f/1,4 – f/2 – f/2,8 – f/4 – f/5,6 – f/8 – f/11 – f/16 – f/22 – f/32 – f/44 – f/64

Als je goed kijkt zie je dat er een zekere logica in deze nummers zit. Elk getal wordt wel een keer vermenigvuldigd: f/1,4 wordt f/2,8, f/4 wordt f/8 en f/11 wordt f/22. Maar er zit elke keer een getal tussen.  Hoe groter het getal wordt, hoe meer licht er wordt tegengehouden. Dit gebeurt doordat de lensopening per stap wordt gehalveerd. Dat betekent dus dat elke keer als er naar een groter diafragmagetal wordt gedraaid, de hoeveelheid licht die door de lens komt opnieuw wordt gehalveerd.

Het diafragma f/2 tot f/22

Het diafragma f/2 tot f/22 in beeld gebracht

En nu komt het verwarrende deel:

  • hoe groter het diafragma (lensopening), hoe meer licht er op de sensor valt
  • een groot diafragmagetal is een klein diafragma (lensopening)

Maak dus onderscheid in diafragma en diafragmagetal. Die twee termen worden nog al eens door elkaar heen gehaald. Het diafragma is de lensopening. Het diafragmagetal de rij getallen die ik hierboven heb opgenoemd. Een groot diafragma is dus een klein diafragmagetal, en andersom.

Hoe wordt het diafragma op de camera weergegeven? Simpel; het diafragmagetal zonder de “f/” ervoor.

Wil je toch weten waar het diafragmagetal precies vandaan komt? Dan wil ik alleen zeggen dat het te maken heeft met de berekening van de oppervlakte van de cirkelvormige opening waar het licht door valt. De notatie voor diafragma, het diafragmagetal, is eigenlijk een formule: brandpuntafstand [f] / [diafragmagetal]. Het zit wat ingewikkelder in elkaar dan dit, maar het is in de praktijk eigenlijk niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is om te weten – en te onthouden – dat een groot diafragmagetal een klein diafragma (lensopening) is en dat elke stap de hoeveelheid licht halveert of verdubbelt.

ISO waarde

De sensor van een camera is gevoelig voor licht. Uiteraard. Die gevoeligheid is tegenwoordig niets meer dan een elektrisch signaal en dit signaal kan indien gewenst versterkt worden – of afgezwakt. Wat betekent dit voor de fotografie? Door het signaal van de sensor te versterken kan met minder licht een foto gemaakt worden.  Simpel gezegd: je maakt de sensor gevoeliger. Hoe gevoeliger de sensor gemaakt wordt, hoe minder licht je nodig hebt voor een goed belichte foto.

Vroeger werd op voorhand gekozen welke gevoeligheid gebruikt moest worden.

Vroeger werd op voorhand gekozen welke gevoeligheid gebruikt moest worden. Eenmaal gekozen was dit een vaste waarde voor de 12, 24 of 36 foto’s van het fotorolletje. Tegenwoordig kan dit per foto gekozen worden.

De gevoeligheid wordt weergegeven is ISO waarden. Waar deze getallen vandaan komen is niet interessant: ze stammen uit het analoge tijdperk toen ISO een combinatie was van de oude ASA/DIN aanduiding. De volgende ISO waarden zijn tegenwoordig in gebruik.

50 – 100 – 200 – 400 – 800 – 1600 – 3200 – 6400 – 12800 – 25600 – 51200

Zoals direct opvalt worden deze getallen elke keer verdubbeld. Het is dan ook zo dat elke verdubbeling een verdubbeling in de gevoeligheid is:  ISO200 is bijvoorbeeld 2x zo gevoelig als ISO100 en ISO800 is 4x zo gevoelig als ISO200. Bij elke verdubbeling van de gevoeligheid heb je dus de helft minder licht nodig om een goed belichte foto te krijgen.

Hoe hoger de ISO waarde wordt, hoe sneller er ruis zal optreden. Wanneer die ruis storend wordt is afhankelijk van de camera die gebruikt wordt. De ISO heeft dus als enige van deze drie waarden direct een opvallende invloed op de kwaliteit van de foto.

Vergeet ISO even…

Voor de digitale fotografie haar intrede deed was makkelijk om het onderlinge verband tussen sluitertijd en diafragma te leren begrijpen. Je koos destijds voor een fotorolletje met een bepaalde gevoeligheid, en daar moest je het mee doen. De enige twee instellingen waar je dan op moest letten was de sluitertijd en het diafragma. Veranderde je het ene, dan moest de andere evenredig gecorrigeerd worden. Doordat de ISO nu per foto aangepast kan worden is het overzicht makkelijk uit het oog te verliezen: plotseling zijn er drie dingen die je voor de belichting kunt instellen.

Juist om deze reden laat ik de ISO waarde in eerste instantie helemaal buiten beschouwing. Even terug bij af: alleen sluitertijd en diafragma. We stellen de ISO waarde voor nu op 100 en laten deze daarop staan.

De onderlinge verhouding tussen sluitertijd en diafragma

Hoe groter het diafragma (dus, hoe kleiner diafragmagetal), hoe meer licht er door de lens komt.
Hoe sneller de sluitertijd hoe korter er licht op de sensor valt.

In die twee zinnen is eigenlijk de onderlinge verhouding  tussen sluitertijd en diafragma al genoemd. Hoe meer licht je door je lens laat komen, hoe korter je sluitertijd moet worden. Hoe minder licht er door de lens komt, hoe langer de sluitertijd wordt. Ten minste, in gelijke lichtomstandigheid. Maar daar gaan we even voor het gemak vanuit. Aan de hand van het volgende voorbeeld probeer ik het nog duidelijk te schetsen.

Stel je een zonnige dag voor; onbewolkt, rond het middaguur met de zon hoog aan de blauwe hemel. Voor een goed belichte opname moeten we bij een diafragma van f/16 een  sluitertijd van 1/125 seconde instellen. Denk eraan: ISO staat op 100 en blijft op 100.
Maar stel dat een diafragma van f/11 willen hebben. Dat betekent dat er op dat moment 2x zoveel licht op de sensor komt en er een overbelichte opname ontstaat. Om dit te voorkomen moeten we zorgen dat er minder lang licht op de sensor komt, 2x zo weinig, ofwel: de helft. Daarvoor corrigeren we met de sluitertijd en stellen we in plaats van 1/125 seconde een sluitertijd van 1/250 seconde in. Het resultaat is een goede belichting.
Vervolgens willen we een foto maken met diafragma f/5,6. Dan valt er wederom te veel licht op de sensor. We moeten twee stappen maken om het diafragma van f/11 naar f/5,6 te verzetten: van f/11 naar f/8 en van f/8 naar f/5,6. Elke stap levert 2x zoveel licht op; in totaal is dat dan 4x zo veel. Wat er teveel aan licht door de lens komt kunnen we weer met de sluitertijd corrigeren, en zo dat er 4x zo kort licht op de sensor valt. In plaats van 1/250 seconde moeten we de sluitertijd dus 2 stappen sneller zetten waardoor we een sluitertijd van 1/1000 moeten instellen.
Wil je een sluitertijd hebben van 1/30 seconde in plaats van 1/125, wat betekent dat er 4x zo lang licht op de sensor valt (wederom 2 stappen), dan moet er ook 4x zo weinig licht door de lens komen. In plaats van f/16 moet het diafragma op f/32 gezet worden. En dan is het te hopen dat je objectief dit diafragmagetal heeft.

Als ik dit uitschrijf komt er het volgende uit. Alle combinaties leveren een exact dezelfde belichting op: de juiste voor die zonnige, onbewolkte dag. De ISO blijft in alle gevallen op ISO100 staan.

f/2,8

f/4

f/5,6

f/8

f/11

f/16

f/22

f/32

1/4000

1/2000

1/1000

1/500

1/250

1/125

1/60

1/30

Welke combinatie je ook kiest, de belichting is elke keer exact gelijk. Draai het diafragma open (kleiner diafragmagetal) en je moet evenredig corrigeren met de sluitertijd (korter). Draai het diafragma verder dicht (groter diafragmagetal) en de sluitertijd moet evenredig langer worden. De sluitertijd/diafragma combinaties die ik hier in de tabel genoemd heb werken natuurlijk alleen bij volle zon, midden op de dag, bij een onbewolkte hemel.

Bij een bewolkte hemel  is het donkerder en zullen de combinaties anders worden want er is minder licht ter beschikking. In het geval van een situatie waarbij 1/60 seconde met diafragma f/8 een goede belichting oplevert zullen de getallen ten opzicht van elkaar ook weer evenredig verschuiven.

f/2,8

f/4

f/5,6

f/8

f/11

f/16

f/22

f/32

1/500

1/250

1/125

1/60

1/30

1/15

1/8

1/4

Het is belangrijk om te beseffen dat elke lichtsituatie een andere belichting oplevert. Dat kunnen we meten met de belichtingsmeter in de camera. Maar de juiste belichting is dus niet één enkele combinatie van diafragma en sluitertijd; het is een hele reeks mogelijke instellingen. Het is aan de keuze van de fotograaf welke diafragma/sluitertijd combinatie hij of zij wil hebben.

Rekenen met stops – deel 2

Elke stap in diafragma of sluitertijd betekent 2x zo veel licht, of 2x zo weinig licht (afhankelijk welke richting je corrigeert). Twee stappen veranderen is dan 4x zo veel of zo weinig licht. Drie stappen is al 8x zo veel of zo weinig. Dit rekent moeilijk en daarom spreken we niet van 2x, of 4x of 8x zo veel of zo weinig, maar over 1 stop, of 2 stops of 3 stops.

Een stop kan het beste omschreven worden als de verdubbeling of halvering van de hoeveelheid licht. Dit kan door zowel sluitertijd als diafragma aan te passen. Elke stap die wordt gemaakt is één stop. Dus de stap van f/4 naar f/5,6 is één stop, net zoals de stap van f/4 naar f/2,8. Dit geldt ook voor sluitertijd: van 1/125 naar 1/250 is één stop.

Het rekenen met stops maakt het leven voor een fotograaf dus een stuk eenvoudiger. Indien het diafragma 1 stop groter wordt gezet (een kleiner diafragmagetal), zal er 1 stop meer licht door de lens vallen. De sluitertijd zal in dat geval ook met 1 stop gecorrigeerd moeten worden om dezelfde belichting te houden: 1 stop minder licht (kleiner diafragma/groter diafragmagetal) betekent automatisch 1 stop snellere sluitertijd. Corrigeren we die de sluitertijd niet, dan betekent het dat de foto met 1 stop overbelicht zal zijn.

Het enige waar op gelet moet worden is, dat de moderne camera’s niet meer in hele stops in te stellen zijn, maar ook in halve of, zoals in de meeste gevallen, een derde stops. In dat laatste geval moet er tot drie “kliks” gedraaid worden om één stop te veranderen. Maar het principe blijft helemaal gelijk.

De ISO waarde

Tot nu toe heb ik de ISO waarde nog niet mee laten doen. Pas als de onderlinge verhouding tussen diafragma en sluitertijd wordt begrepen mag de ISO-waarde als variabele erbij gedaan worden. Ik ga er vanuit dat na het bovenstaande verhaal de verhouding tussen diafragma en sluitertijd duidelijk is geworden.

De ISO waarden van een EOS 7D in 'een derde' stops op het scherm. Een stop verzetten betekent 3 stappen maken.

De ISO waarden van een EOS 7D in ‘een derde’ stops op het scherm. De hele stops zijn 100, 200, 400, 800, 160o, 3200 en 6400. Eén stop verzetten betekent dus 3 stappen maken.

Zoals verteld is de ISO waarde de gevoeligheid van de sensor. Die loopt ruwweg van ISO50 tot ISO6400 (en verder). Elke stap die de ISO maakt, van 50 naar 100, naar 200, naar 400, enzovoort, zijn wederom ‘stops’ waarbij elke stop een verdubbeling of halvering van de gevoeligheid van de sensor is. Ik gebruik de volgende tabel om dit duidelijk te maken, waarbij ik als fotograaf diafragma f/5,6 gekozen heb om mee te fotograferen.

f/5,6

f/5,6

f/5,6

f/5,6

f/5,6

f/5,6

f/5,6

f/5,6

ISO3200

ISO1600

ISO800

ISO400

ISO200

ISO100

ISO50

ISO25

1/2000

1/1000

1/500

1/250

1/125

1/60

1/30

1/15

Door de gevoeligheid van de sensor te veranderen kan ik in het geval van een vast gekozen diafragma de sluitertijd beïnvloeden. Elke ISO stap is zoals verteld één stop. Ik kan natuurlijk ook een vaste sluitertijd kiezen en het diafragma beïnvloeden door de ISO te veranderen.

De ISO is dus een derde manier om de belichtingsinstelling te beïnvloeden. Maar wanneer gebruik je ISO om je belichting in te stellen? Dat is in feite heel simpel. Omdat ISO een merkbare invloed heeft op de kwaliteit van de foto is het verstandig om de ISO zoveel mogelijk op 100 of 200 te houden. Dat is het streven. Zet de ISO alleen hoger als een juiste belichting dit vereist. In de praktijk betekent het vaak dat de ISO hoger gezet wordt om op die manier een snellere sluitertijd te krijgen. Om dit te laten zien neem ik de tabel die ik eerder al gebruikt heb als voorbeeld.

f/2,8

f/4

f/5,6

f/8

f/11

f/16

f/22

f/32

1/500

1/250

1/125

1/60

1/30

1/15

1/8

1/4

Dit zijn de diafragma/sluitertijd combinaties met ISO 100 die op een zwaar bewolkte dag een goede belichting geven. Stel dat ik diafragma f/16 wil gebruiken. Dan moet ik een sluitertijd van 1/15 seconde kiezen wat een serieus risico van bewegingsonscherpte geeft. Wil ik zeker zijn dat er geen bewegingsonscherpte is fotografeer ik liever bij 1/125 seconde. Dit is 3 stops sneller (reken maar uit). Om een goede belichting te garanderen moet ik dus de ISO ook 3 stops corrigeren en dus verzetten van ISO 100 naar ISO 800.

Wil ik echter 1/1000 seconden gebruiken, dan moet ik twee dingen doen:  mijn diafragma zo ver mogelijk open zetten en mijn ISO verhogen. Mijn objectief kan immers niet verder dan f/2,8 en dat levert maar 1/500 seconde op. Om toch die 1/1000 te halen moet ik nog 1 stop sneller. Door de ISO met 1 stop te verhogen naar ISO 200 lukt het me wel.

Samengevat

Het begrijpen van de invloed die het verstellen van het diafragma, sluitertijd of de ISO op elkaar heeft is het belangrijkste wat een serieuze fotograaf moet weten. Natuurlijk zal een automatische belichtingsinstelling al het werk veelal uit handen nemen. Zeker de moderne volautomatische systemen waarbij alle drie de instellingen door de camera gekozen worden. Maak je daar gebruik van, dan is daar op zich niets mis mee, maar je verliest alle controle over het eindresultaat. Lees daarvoor het artikel over de PSAM modes maar eens door.

Alle belichtingsinstellingen overzichtelijk op een rij bij de EOS 7D

Alle belichtingsinstellingen overzichtelijk op een rij bij de EOS 7D

De creatieve fotograaf zal in veel gevallen gebruik maken van een bewuste keuze van minimaal één van deze drie instelmogelijkheden: sluitertijd, diafragma of ISO.  Wat de invloed van die keuze is op de andere waarden kan bepalend zijn voor een geslaagde foto. Als je die invloed begrijpt kun je daar op inspelen en op voorhand corrigeren.

Ik hoop dat aan de hand van dit artikel een hoop onduidelijkheden over sluitertijden, diafragma en ISO waarden – en vooral de onderlinge verhouding – een stuk duidelijker is geworden. Blijf er echter op letten dat de stappen die op de moderne camera’s gemaakt worden niet langer in hele stops is, maar in halve of een derde.

 

41 Thoughts on “Alles over sluitertijd, diafragma en ISO

  1. Super mooi en duidelijk omschreven Nando! Heb dit even gedeeld op mijn FB!
    Keep up the good work :)

  2. Margo Subnel on 13/02/2014 at 8:45 pm said:

    eindelijk zijn mij de ‘stops’ duidelijk !!! bedankt hiervoor.

  3. Geed artikel weer Nando, heel helder en duidelijk uitgelegd!

    Maar volgens mij zit er een foutje in je zonnige dag voorbeeld: f/16 bij 1/125 wordt op f/8 dan 1/500 (2 stops) en niet zoals jij stelt 1/250 (overbelicht bij 1 stop). In de table staat het wel goed.

  4. Heerlijk leesbaar omschreven Nando! Ik heb het even gedeeld via twitter.

  5. DavevdrH on 14/02/2014 at 6:47 pm said:

    Dank, is een duidelijk verhaal.

  6. Linda Bedijn on 14/02/2014 at 7:36 pm said:

    Beste Nando,
    Ik heb je site (deels) gelezen, uit belangstelling voor ‘eenvoudige’ fotografiebegrippen en de uitleg daarvan. Ik kwam er via het Canon EOS-forum. Nou moet ik eerlijk bekennen: heel erg eenvoudig vond ik het allemaal niet, maar dat is het dan ook blijkbaar niet… Veel oefenen, uitproberen, durven etc. en dan komt het vast goed. Maar er moet me toch even iets anders van het hart en ik hoop dat je voor dit commentaar open staat: er staan nogal wat taalfoutjes in je tekst. Dat valt mij als ambtenaar, die geacht wordt goed Nederlands te schrijven, meteen op. Zal ik er eens naar kijken en je de fouten doorgeven zodat je het kunt aanpassen? Ik doe dat met plezier, laat mij maar weten als je er iets voor voelt. (‘t is niet dramatisch hoor en grammatica is gewoon moeilijk!) Jij hebt meer verstand van fotograferen, ieder z’n ding!

    Groeten van een amateurfotograaf,
    uit Noordwijk

    • Het is inderdaad iets om stap voor stap te leren. Dat gaat niet in één keer. Ik hoop dat ik met mijn stuk je op weg heb kunnen helpen. Wat betreft tekstuele verbeteringen, je kunt me die doorsturen. Dat stel ik zeker op prijs.

  7. Johan on 09/07/2014 at 3:55 pm said:

    Hi Nandoonline,
    Dit is nou nog eens een hele mooie uit leg, ook de steren sporen fotografie vind ik heel leuk en ga ik zeker een keer uit proberen.
    Bedankt hier voor.
    Gr Johan

    • Graag gedaan.
      Succes met het fotograferen van sterrensporen. Misschien is het vinden van een heldere nacht momenteel wel het moeilijkste van alles.
      😉

  8. iemand anders dan jij bent on 26/05/2015 at 8:27 am said:

    thx voor de prachtige uitleg, ik ben je heel erg dankbaar!

  9. Rik Beeftink on 30/05/2015 at 11:36 am said:

    In tegenstelling tot andere commentaren: ik vind het niet zo duidelijk.
    Ik neem als voorbeeld de uitleg omtrent diafragma. Daar wordt onder meer gezegd: “Dit gebeurt doordat de lensopening per stap wordt gehalveerd”. Het begrip “lensopening is nogal dubbelzinnig en schimmig, omdat in het midden wordt gelaten of het om een oppervlak of een lengte gaat.. Diafragma is de LENGTE van de doorsnede van (het vrije deel van de) lens (uitgedrukt in een lengteeenheid zoals meters of millimeters). De hoeveelheid licht die naar binnen treedt wordt bepaald door het doorsnedeOPPERVLAK, dus door het kwadraat van het diafragma. Als ik de hoeveelheid licht wil verdubbelen, moet het vrije doorsnedeoppervlak dus 2x zo groot worden en moet dus het diafragma met een factor wortel-2 toenemen. Wortel-2 is bij benadering 1.4 en dat is dan ook de factor die je (alweer: bij benadering) terugziet in het rijtje 2.8, 4, 5.6, 8, et cetera.

    • Dank je wel voor je bericht, Rik.
      Jammer dat je het niet zo duidelijk vindt. De toelichting die je geeft zal ongetwijfeld kloppen, maar dit soort berekeningen is nu juist hetgeen wat veel mensen die minder kennis van wiskunde hebben afschrikt. Of ik hier in de geciteerde tekst verder had moeten specificeren of het over oppervlakte of diameter gaat, daar ben ik het niet mee eens. Het gaat alleen maar om het idee dat elke stop een halvering of verdubbeling van de doorgelaten hoeveelheid licht is, en dat dit gebeurt door de lensopening groter of kleiner te maken. Dat is het begrip dat moet zijn, niet dat het om wortel-2 berekeningen gaat.

  10. Nienke on 06/10/2015 at 3:12 pm said:

    heel erg bedankt voor de duidelijke info! ik fotografeer sinds kort zelf ook, maar ik moet er ook nog een spreekbeurt over houden! je hebt me onwijs geholpen!!! bedankt. xxx nienke

  11. Helder stuk Nando! Goede opfris cursus ook. Je stelt in je artikel “Stel je een zonnige dag voor; onbewolkt, rond het middaguur met de zon hoog aan de blauwe hemel. Voor een goed belichte opname moeten we bij een diafragma van f/16 een sluitertijd van 1/125 seconde instellen.”

    Mijn vraag is: is er ergens een tabel of vuistregel zodat een beginnend fotograaf dit uit zijn hoofd kan leren, of als startpunt kan gebruiken om mee te spelen?

    Ik heb een analoge lens (zonder auto instellingen) gekocht voor mijn digitale camera en wil proberen hier foto’s tijdens een diner (slecht licht dus) mee te maken. Ik zou graag weten met welke belichting ik zou moeten starten.

    • Dank je voor je bericht, Roland.
      De stelregel is de f/16 regel: met dat diafragma is de ISO waarde de sluitertijd. Als het bewolkt wordt, of in een andere omgeving gaat dit niet meer op. Je zou kunnen zeggen dat bij half bewolkt je diafragma naar f/11 moet, bewolkt f/8, zwaar bewolkt f/5,6 enzovoort. Maar dit is natte vingerwerk. Mijn advies is: gebruik de lichtmeter van je camera om de juiste instelling te vinden.
      Als je in slecht licht moet fotograferen, kies dan voor een grote lensopening en zet je camera op diafragma voorkeuze. Wisselen de omstandigheden niet tijdens het diner, dan zou je ervoor kunnen kiezen om een sluitertijd te bepalen bij een gekozen diafragma (met de belichtingsmeter van je camera) en die dan via manual in te stellen. Het nadeel is, dat als je vervolgens het diafragma verandert je de sluitertijd evenredig moet aanpassen. Voor snel kunnen werken en anticiperen is de diafragmavoorkeuze de beste manier. Succes.

      Lees ook mijn artikel over PSAM modes eens, voor een doordacht gebruik van je lichtmeter en automatische mogelijkheden van je camera zonder dat het je creativiteit beperkt.

  12. Ronald on 15/12/2015 at 9:31 am said:

    Nandoon
    Waarom vind ik nu pas jouw pagina
    Wat een geweldige uitleg van de diverse mogelijkheden van de digitale camera.
    Had hem bijna weer aan de wilg gehangen maar krijg er nu weer “zin”in
    Hartstikke bedankt en ik blijf je volgen

    • Wat fijn om te horen dat ik je enthousiasme heb kunnen aanwakkeren. Fotograferen moet je in eerste plaats vooral voor jezelf doen en niet voor de anderen. Lekker genieten van het maken van mooie beelden en door de tijd heen zien hoe je beelden ontwikkelen en groeien. Als mijn artikelen kunnen helpen in dit proces vind ik dat fijn. Succes en laat eens wat van je werk zien.
      groet
      Nando

  13. Wim on 20/12/2015 at 11:50 am said:

    Fijne uitleg; ik begin het een beetje te snappen. Echter waar zitten de knoppen om dit alles in te stellen? Ik heb een Canon EOS 1100D camera met een Tamron lens van 18-200 mm.
    Ik weet dat ik het diafragma kan instellen met de draaiknop bovenop. Ook de ISO waarde kan ik instellen. Maar waar zit de knop voor de sluitertijd? Hoop dat je me antwoord wilt geven.
    Met groet, Wim.

    • Hallo Wim,

      Fijn dat het al wat duidelijker aan het worden is.
      Wat betreft de camera, daar kan ik je niet veel mee helpen. Ik ken namelijk niet van elke camera de knopjes uit mijn hoofd. Ik wil je adviseren om daarvoor de handleiding op na te slaan. Vergeet in ieder geval niet dat bij de diafragma voorkeuze stand je het diafragma instelt en dat de camera de rest doet. Bij sluitertijd voorkeuze is het juist andersom. Stel je de camera volledig handmatig in, dan zal je even in de handleiding moeten kijken om te weten welke knoppen je moet gebruiken om beiden in te stellen.
      Succes

      groet
      Nando

  14. Tim on 21/11/2016 at 8:06 pm said:

    Wat een geweldig duidelijk verhaal! zeer goed geschreven.

  15. Pingback: Lange sluitertijden zonder grijsfilter | nandoonline

  16. Jan on 09/02/2017 at 2:20 pm said:

    Heel duidelijk!! Bedankt!!

  17. Onno on 14/03/2017 at 3:27 pm said:

    Duidelijk verhaal Nando! Bedankt :-)

    Voor mij is er een ezelsbruggetje om te onthouden wat de relatie is tussen diafragma opening en diafragmagetal. Net als bij de sluitertijd deel je een seconde door het getal achter de streep>
    De lensopening stel ik me nu voor als een ronde taart. Deel je die door 4 (F/4) heb je grote stukken taart, dus een grote opening>
    Bij F/16 ontstaan er volgens deze rekenmethode veel kleine stukjes, dus kleine opening.
    Tsja… misschien een beetje kinderlijke beeldspraak. Misschien hebben anderen iets aan dit ezepsbruggetje…

    • Elke manier om het te onthouden is een goede manier. Mijn manier is; hoe groter het getal, hoe meer licht er tegengehouden wordt. Of, hoe langer je moet belichten. Dank je voor je bericht, Onno.

  18. Arie on 09/04/2017 at 7:04 pm said:

    Duidelijk verhaal ! Top! Maar uh… je zegt de camera’s gaan tegenwoordig met 1/3 stops
    (op de lichtmeter).Dan ben ik het ff kwijt.
    Want de waardes van de diafragma’s en sluitingstijden gaan/staan toch vast??
    Die kan je toch niet instellen 1/3 meer of minder ?

    • Dank je voor je reactie, Arie.
      In het analoge tijdperk was het alleen mogelijk om de camera op die hele stops in te stellen, de waarden daartussen (halve stop en 1/3 stop was in het toen niet mogelijk).

      Tegenwoordig zijn de instelmogelijkheden tot op 1/3 stop nauwkeurig in te stellen. Om dit in (voorbeeld) getallen te schrijven;
      – bij diaframga heb je tussen f/2,8 en f/4 ook de waarde f/3,2 en f/3,5 beschikbaar
      – bij sluitertijd heb je tussen 1/125 en 1/250 ook de waarde 1/160 en 1/200 beschikbaar
      – bij ISO heb je tussen 100 en 200 ook de waarden 125 en 160 beschikbaar

      De stapjes die je kunt instellen zijn gewoon wat kleiner geworden.

  19. Dedeyne on 10/10/2017 at 6:48 pm said:

    Zeer duidelijk en praktisch uitgelegd! Super bedankt! Annemie

  20. JB on 20/10/2017 at 7:53 pm said:

    Beste Nando,

    Naar aanleiding van dit artikel en je artikel over de PSAM modes heb ik een paar vragen. Plezierig overigens om te lezen en knap dat je de achterliggende wiskundige formules weet te vermijden …. :-)

    In de alinea boven het kopje samengevat schrijf je:’Wil ik echter 1/1000 seconden gebruiken, dan moet ik twee dingen doen: mijn diafragma zo ver mogelijk open zetten en mijn ISO verhogen. Mijn objectief kan immers niet verder dan f/2,8 en dat levert maar 1/500 seconde op. Om toch die 1/1000 te halen moet ik nog 1 stop sneller. Door de ISO met 1 stop te verhogen naar ISO 200 lukt het me wel.’ Zou je er in dit geval ook voor kunnen kiezen om een belichtingscorrectie van +1 stop toe te passen? Of heeft een belichtingscorrectie andere ‘bijwerkingen’?

    Variaties in sluitertijd, diafragma of ISO-waarden hebben (creatieve) invloed op respectievelijk bewegings(on)scherpte, scherptediepte en de korreligheid van de foto. Om tot een goede belichting te komen, kies je de ‘goede’ combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Volgens de wiskundige formules die achter de tabellen liggen, geeft iedere combinatie eenzelfde hoeveelheid licht op de sensor. Maar, geeft iedere combinatie ook dezelfde kleurschakeringen op de foto, of zijn bewegings(on)scherpte, scherptediepte en de korreligheid de enige factoren die worden beïnvloed?

    Groet,
    JB

    • Dank je voor je reactie JB. Ik zal je vragen proberen te beantwoorden.

      De eerste vraag is de belichtingscorrectie.
      Zoals de naam al suggereert ga je daarmee de belichtingsmeter corrigeren. Dus je zegt als het ware tegen de belichtingsmeter; je doet het niet goed en corrigeert dus in de gewenste richting.
      Daarmee wijk je dus af van de gemeten waarde. Voor de correcties die ik beschreven heb ga je ervan uit dat je de belichting NIET gaat corrigeren. Die moet dus hetzelfde blijven. Verander je de ISO, dan zal je met (een van) de andere twee evenredig moeten corrigeren om die verandering teniet te doen.

      De tweede vraag over combinaties van belichtingsinstellingen en afwijkingen in de kleurweergave.
      Dat is een moeilijkere vraag om te beantwoorden. Ik denk dat hetzeker wel verschil in kleur kan opleveren, zeker als de ISO waarde (extreem) hoger wordt. Maar ook langere belichtinstijden kunnen de kleur meer verzadigen. Hoeveel dit zal zijn, tja, dat hangt af van hoe ver je aanpassingen maakt, het type camera en wie weet zelfs het type objectief.
      Ik denk dat je er in principe van uit moet gaan dat het alleen bewegings(on)scherpte, scherptediepte en korrelligheid beïnvloed. Anders wordt het allemaal heel erg onoverzichtelijk.

  21. Beste Nando,

    Dank je wel voor je response.

    Vraag 2
    Heb wat geëxperimenteerd – vind zelf dat een langere belichting een iets fletsere blauwe lucht oplevert en een kleinere diafragma opening een diepere blauwe lucht oplevert. Maar, de verschillen zijn (op het oog verwaarloosbaar) klein.

    Vraag 1
    Ik had laatst een workshop hondenfotografie. Door het slechte weer, konden we gelukkig naar binnen uitwijken. Grote loods en droog :-). Maar …. heel erg weinig verlichting. Zwarte wanden, zwarte vloer en een plafond van 10m hoog met enkele tl-lampen. Mijn lens kan niet meer open dan f/4 en om honden in beweging te fotograferen heb je tenminste 1/500s nodig, maar liever 1/1000s of 1/1500s. Camera gaf aan dat zelfs bij ISO 12.500 (bij f/4 en 1/500s) sprake is van behoorlijke onderbelichting. Wat ik toen heb gedaan, is de belichtingscompensatie op +4EV gezet. Nu is dit een extreem voorbeeld en ik weet eigenlijk niet wat ik anders had kunnen doen. Erg leuke workshop en gelukkig dat we naar binnen konden.
    De vraag meer in het algemeen is eigenlijk, wanneer pas je belichtingscompensatie wel toe? Je ziet het niet als vierde variabele, naast ISO, sluitertijd en diafragmagrootte? Ik heb een zwarte en een witte hond. Bij de zwarte hond, compenseer ik met -1EV en bij de witte met +1EV. Als ze samen op de foto gaan, probeer ik de witte in de schaduw te positioneren en de zwarte in de zon, maar het blijft een uitdaging … Zie ook http://photography-on-the.net/forum/showthread.php?t=994305&page=6

    Groet, JB

    • Je moet begrijpen dat belichtingscompensatie slechts een manier is om van de ingestelde belichtingstijd van de camera af te wijken. Het is niet zo dat je daarmee de onderbelichting van een manual ingestelde camera kunt compenseren. Om in jouw voorbeeld te blijven: als je ISO12.800 met f/4 en 1/500 sec ingesteld hebt, zal het overbelichten met +4EV altijd gevolg hebben voor een van de waarden. Aangezien je ISO en diafragma waarschijnlijk maximaal ingesteld staan, zal dit betekenen dat je sluitertijd 4 stops langzamer wordt. Je houdt dan nog maar 1/30 sec over.
      Je zegt immers tegen de camera dat er 4 stops meer licht op de sensor moet komen, en dat kan alleen door een van de drie waarden van je belichtingsdriehoek te veranderen.

      Wanneer je belichtingscompensatie toepast, is als je ziet dat de belichtingsmeter een verkeerde waarde aangeeft. Je voorbeeld bij de honden is daarvan een uitstekend voorbeeld.

  22. Beste Nando,

    Ahh – ja dat begrijp ik nu na je uitleg – dank daarvoor :-)! Eigenlijk niet bij stilgestaan dat belichtingscompensatie (in dit geval) de sluitertijd alsnog verlaagt.

    Dank voor je uitleg, helder nu.

    Groet,
    JB

Een (korte) reactie over wat je ervan vindt wordt op prijs gesteld :)

%d bloggers like this: