nandoonline

Scherptediepte in de praktijk

Inleiding

Een van de meest tot de verbeelding sprekende dingen in de fotografie is het gebruik van scherptediepte. Tegelijkertijd is het een van de meest onbegrepen dingen. Eigenlijk spreken we tegenwoordig ook niet meer over scherptediepte maar over DOF. Deze afkorting staat voor Depth Of Field, wat niets meer is dan de Engelse term voor scherptediepte. In dit artikel blijf ik echter de Nederlandse benaming gebruiken.

Scherptediepte is simpel gezegd: het gebied dat scherp is vanaf een punt dichtbij tot een punt veraf. Scherpte in de diepte zoals de naam al suggereert (en waarom ik liever de Nederlandse term blijf gebruiken).

Het punt waarop scherp is gesteld ligt altijd in dit gebied dat scherp is. Hoe groot dit gebied is zal afhankelijk zijn van een aantal grootheden. De bekendste hiervan is het diafragma. Hoe kleiner de diafragma opening zal zijn, hoe groter het scherptegebied wordt: een grotere scherptediepte. Er zijn echter nog twee andere factoren die de scherptediepte beïnvloeden: brandpunt en afstand. Deze twee hebben ook een grote invloed op hoe wij als kijker de scherptediepte ervaren.

Met diafragma f/2,8 is een minimale scherptediepte (DOF) bereikt

Met diafragma f/2,8 is een minimale scherptediepte (DOF) bereikt, alleen een klein deel is scherp

Vanuit het perspectief van de fotograaf is de hele theorie achter het fenomeen scherptediepte niet echt van belang. In eerste instantie is het belangrijker dat de fotograaf weet hoe hij of zij met scherptediepte om kan gaan. De praktische informatie over het gebruik van de drie manieren om scherptediepte te beïnvloeden of te benutten, daar wil ik in dit artikel dan ook de nadruk op leggen. Een beetje theorie kan echter wel helpen om het gebruik van scherptediepte te begrijpen, dus zal ik dit niet helemaal overslaan.

Drie keer invloed uitoefenen op de scherptediepte

Er zijn drie manieren om de scherptediepte in een foto te beïnvloeden. Natuurlijk is het diafragma daar de belangrijkste van. De keuze van het brandpunt heeft ook invloed op de scherptediepte, net als de afstand tot het onderwerp. Het brandpunt en de afstand zijn altijd met elkaar verbonden, puur om het simpele feit dat we vanwege de afstand tot het onderwerp een keuze maken voor het brandpunt. We zoomen in om een onderwerp groter op de foto te zetten, of we zoomen uit om meer van het onderwerp op de foto te krijgen. Een alternatief is dichterbij of verderaf gaan staan. Wat we ook kiezen, het zal altijd invloed hebben op de scherptediepte. Deels kunnen we dit corrigeren met het diafragma, maar soms gaat dat niet.

1. Het diafragma bepaalt de scherptediepte

Het diafragma is de opening in het objectief dat we in diameter kunnen variëren: een grote diafragma opening of een kleine diafragma opening. We kennen allemaal de waarden die daarbij horen en die ik hier voor het gemak in hele stops op een rijtje heb gezet. In de animatie is te zien hoe dit er in werkelijkheid uit ziet.

f/1,4 – f/2 – f/2,8 – f/4 – f/5,6 – f/8 – f/11 – f/22 – f/32

diafragma openingen

Er zijn meer diafragmaopeningen dan ik hier vermeld heb, maar dit zijn de meest voorkomende waarden. En zoals we weten laat een kleinere diafragma opening minder licht door het objectief dan een grote diafragma opening. Lees daarvoor mijn artikel “Alles over sluitertijd, diafragma en ISO“. We kunnen het het diafragma de belichting dus beïnvloeden.

De diafragma opening heeft echter nog een effect: de scherptediepte. Hoe kleiner de diafragma opening, hoe groter het gebied wordt dat scherp is. Stel je voor; een full-frame camera met een 50mm objectief en een onderwerp op 5 meter afstand. Bij diafragma f/2,8 loopt de scherpte van 4,3 meter tot 6 meter. Bij diafragma f/11 zal de scherpte van 3 meter tot maar liefst 15 meter lopen. Alles binnen deze afstanden zal scherp op de foto staan. We kunnen dit uitrekenen met de zogenaamde DOF calculators.

Het effect van scherptediepte wanneer de diafragma-opening kleiner wordt. Afstand tot het onderwerp en de brandpuntsafstand (200mm in dit geval) blijft gelijk

Het effect van scherptediepte wanneer de diafragma-opening kleiner wordt. Afstand tot het onderwerp en de brandpuntsafstand (200mm in dit geval) blijft gelijk

In de bovenstaande collage heb ik als voorbeeld drie diafragma’s gekozen. De afstand tot het onderwerp is in elke foto gelijk gebleven, net als de brandpuntsafstand (200 mm in dit geval). Door het juiste diafragma te kiezen kunnen we dus een gewenste scherptediepte bereiken. Dat kan een van de drie diafragma openingen uit de voorbeeldfoto’s zijn, of elk ander beschikbare diafragma. Met andere woorden, we kunnen invloed uitoefenen op hoeveel we scherp op de foto willen hebben.

Natuurlijk zal het kiezen van een diafragma effect hebben op de belichting. Hoe kleiner de diafragma opening zal zijn, hoe langer we moeten belichten om een goed belichte opname te krijgen. Met andere woorden, we moeten de sluitertijd of ISO waarde evenredig (laten) corrigeren. Het is dus niet zo dat we door een kleinere diafragma opening altijd een donkerdere foto krijgen omdat er minder licht door het objectief valt. In het artikel “Alles over sluitertijd, diafragma en ISO” komt dit uitgebreid aan bod.

2. Het brandpunt bepaalt de scherptediepte

Een foto heeft een onderwerp nodig. Dat onderwerp willen we in een bepaalde grootte op de foto zetten en we denken niet vaak na over hoe we dat bereiken. In de meeste gevallen wordt er met een zoom objectief gefotografeerd. Het is dan heel makkelijk om simpelweg in te zoomen wanneer het onderwerp ver weg staat, of we zoomen uit als we niet alles op de foto krijgen. We variëren het brandpunt op deze manier continu. We staan er echter weinig bij stil dat dit invloed heeft op de scherptediepte, zeker wanneer de zoom-objectieven een heel groot bereik hebben. Hierdoor kan het voorkomen dat we met met 24mm en f/5,6 voldoende scherptediepte in de foto hebben, maar ingezoomd tot 105mm niet meer.

De scherptediepte ziet er bij verschillende brandpunten heel anders uit. De afstand tot het onderwerp is gelijk gebleven, het diafragma eveneens (f/2,8)

De scherptediepte ziet er bij verschillende brandpunten heel anders uit. De afstand tot het onderwerp is gelijk gebleven, het diafragma eveneens (f/2,8)

Het bovenstaande voorbeeld laat het effect van de brandpuntsafstand op de scherptediepte goed zien. Het gebruikte diafragma is in alle drie gelijk (f/2,8) en de afstand tot het onderwerp is ook niet gewijzigd. Hoe langer het brandpunt wordt, hoe groter de onscherpte van de achtergrond wordt. Bij 25 mm brandpuntsafstand lijkt de foto vrijwel overal scherp te zijn, maar hoe verder er naar 200mm ingezoomd wordt, hoe kleiner de scherptediepte wordt. Om dit nog extra te verduidelijken heb ik uit de foto met 25 mm brandpunt een uitsnede gemaakt die gelijk is aan die van 200 mm.

Een uitvergroting laat duidelijk zien dat blij een langere brandpuntsafstand de scherptediepte kleiner wordt. Het diafragma en de afstand zijn beiden ongewijzigd

Een uitvergroting laat duidelijk zien dat blij een langere brandpuntsafstand de scherptediepte kleiner wordt. Het diafragma en de afstand zijn beiden ongewijzigd

Andersom werkt het natuurlijk ook: als we kiezen voor een kleine scherptediepte bij bijvoorbeeld 200mm (een grote diafragma opening), dan zal die kleine scherptediepte steeds groter worden naarmate we het brandpunt korter maken. Bij 25 mm is die kleine scherptediepte helemaal verdwenen.

3. De afstand bepaalt de scherptediepte

Behalve in of uitzoomen, zoals we bij punt 2 hebben gezien, kunnen we ook fysiek dichter of verder van ons onderwerp gaan staan. Zeker de fotografen die veelvuldig gebruik maken van objectieven met een vast brandpunt zullen hier gebruik van maken. Behalve dat de grootte van je onderwerp zal variëren, net zoals in punt 2, zal ook de scherptediepte variëren. Door bewust een bepaalde afstand te kiezen, kunnen we invloed uitoefenen op de scherptediepte.

De afstand variëren bij een vast diafragma en brandpunt heeft invloed op de manier hoe we de scherptediepte ervaren

De afstand variëren bij een vast diafragma en brandpunt heeft invloed op de manier hoe we de scherptediepte ervaren

In het bovenstaande voorbeeld heb ik op verschillende afstanden de bloemen gefotografeerd (vermelde afstanden komen uit de EXIF data). Het brandpunt is onveranderd op 200 mm gehouden, het diafragma is in alle gevallen f/8.  Let daarbij vooral op de onscherpte in de achtergrond. Hoe dichter we bij het onderwerp komen, hoe groter de onscherpte in de achtergrond.

Voor dit voorbeeld heb ik een tele objectief gekozen, maar dit gebeurt natuurlijk met alle brandpunten. Ook bij groothoek. Alleen zal het effect bij groothoek veel minder duidelijk aanwezig zijn. Hoe langer je brandpunt, hoe sterker dit effect zichtbaar wordt.

Afstand compenseren door brandpunt en visa versa

De mate van scherptediepte die we door de keuze van het diafragma bereiken heeft geen invloed op de grootte van het onderwerp op de foto. Wanneer we de afstand of het brandpunt wijzigen natuurlijk wel. En dat is niet altijd wat we willen bereiken: we kiezen er tenslotte voor om iets in een bepaalde grootte op de foto te hebben.

Wat gebeurt er als we er vanuit gaan dat we het onderwerp altijd in dezelfde grootte op de foto willen hebben, ongeacht afstand of brandpunt?  In dit geval moeten we de afstand tot het onderwerp aanpassen op de keuze van het brandpunt. Dit betekent dat we bij een groothoek objectief (heel) dichtbij moeten gaan staan en bij een tele objectief veraf. Wat dit voor effect heeft op de scherptediepte laat ik in het volgende voorbeeld zien, waarbij het diafragma in alle gevallen op f/2,8 is gehouden. De afstanden zijn wederom uit de EXIF data afgelezen.

Het onderwerp even groot op de foto, maar bij verschillende brandpunten c.q. afstanden. Het diafragma is ongewijzigd.

Het onderwerp even groot op de foto, maar bij verschillende brandpunten c.q. afstanden. Het diafragma is ongewijzigd.

Doordat een tele objectief de achtergrond als het ware dichterbij haalt (het comprimerende, ofwel samendrukkende effect van een lang brandpunt) zal de onscherpte daarvan eveneens vergroot op de foto terecht komen. De onscherpte van de achtergrond is in alle drie de foto’s namelijk hetzelfde! De onderstaande collage laat duidelijk zien dat het verschil in onscherpte alleen ontstaan is door de mate van vergroting die door het langere brandpunt is ontstaan.

De scherptediepte is gelijk, maar de afmeting van de achtergrond is heel anders door gebruik van een ander brandpunt,  in combinatie met de afstand tot je onderwerp

De onscherpte is gelijk, maar de afmeting van de achtergrond is heel anders door gebruik van een ander brandpunt, in combinatie met de afstand tot je onderwerp

Dit stukje achtergrondinformatie doet in de praktijk eigenlijk weinig ter zake. Het gaat uiteindelijk om het totaalbeeld waarbij de onscherpte duidelijker is – of groter is – bij gebruik van een tele objectief. Bij het bekijken van de foto ervaren wij dit effect simpelweg als een kleinere scherptediepte.

De juiste scherptediepte bereiken

We hebben gezien dat we met het diafragma, het brandpunt en de afstand tot het onderwerp kunnen bepalen hoeveel er in de diepte scherp is. Met die drie hulpmiddelen is het mogelijk om elke foto een eigen unieke uitstraling te geven.

Is het besluit om veel scherp op de foto te krijgen, dan zal een teleobjectief wellicht een verkeerde keuze zijn. We hebben namelijk gezien dat bij langere brandpunten de scherptediepte klein zal blijven. Voor een grote scherptediepte zal een groothoek objectief (of een objectief met een kort brandpunt) heel geschikt zijn. En natuurlijk een kleine diafragma opening.

Met 17mm brandpunt en diafragma f/11 is er voldoende scherptediepte om alles scherp in beeld te brengen

Met 17mm brandpunt en diafragma f/11 is er voldoende scherptediepte om alles scherp in beeld te brengen

Is de wens er om de scherptediepte klein te houden, dan zal dit met een kort brandpunt erg moeilijk worden. In de bovenstaande voorbeelden met de fiets zien we dat bij 24 mm brandpunt en diafragma f/2,8 de fiets èn de omgeving vrijwel scherp op de foto staan. Ook wanneer we heel dicht op het onderwerp gaan staan zal de scherptediepte voldoende groot blijven om de achtergrond herkenbaar in beeld te houden. Willen we een kleine scherptediepte, dan kiezen we dus niet alleen voor een grote diafragma opening, maar ook voor een langer brandpunt.

Een kleine scherptediepte bij 200 mm en diafragma f/2,8. De achtergrond is op deze manier niet storend

Een kleine scherptediepte bij 200 mm en diafragma f/2,8. De achtergrond is op deze manier niet storend

We kunnen nog een stapje verder gaan. Hoe groter de afstand tussen onderwerp en achtergrond (dus niet van fotograaf tot onderwerp) hoe groter het effect van scherptediepte wordt. Op deze manier is het mogelijk om een heel egale achtergrond te creëren. Of dit mogelijk is hangt natuurlijk van het onderwerp en de omgeving af, maar door er creatief mee om te gaan is er veel mogelijk.

Door een grote afstand tussen onderwerp en achtergrond te houden kan een prettige onscherpte ontstaan (135mm met diafragma f/2,0)

Door een grote afstand tussen onderwerp en achtergrond te houden kan een prettige onscherpte ontstaan (135mm met diafragma f/2,0)

Alles hangt natuurlijk af van de omstandigheden. Soms is het niet mogelijk om heel dichtbij te komen, of kan alleen van heel dichtbij een foto gemaakt worden. Wellicht zijn de lichtomstandigheden zo dat een kleine diafragma opening niet mogelijk is, of andersom. Dit kan de consequentie hebben dat de gewenste scherptediepte niet altijd gehaald kan worden.

Maar wat is nu de juiste scherptediepte? Wanneer kies je voor een kleine scherptediepte, en wanneer voor een grote scherptediepte? Daar kan ik moeilijk een antwoord op geven. Over het algemeen is het zo dat een kleine scherptediepte het onderwerp los kan maken van een achtergrond. Het kan de foto rustiger maken, prettiger om naar te kijken. Naarmate meer herkenbaar op de foto moet staan moet de scherptediepte groter worden. Tot het moment dat alles scherp is, met het risico dat een foto druk oogt, of het onderwerp niet langer opvalt. Wat in welke omstandigheden de juiste keuze is kan alleen door goed te kijken en te bedenken wat je precies met de foto wil laten zien.

Iets meer achtergrond informatie

Zonder enige kennis van waarom of hoe de scherptediepte ontstaat is het met de bovenste drie praktische toepassingen mogelijk om heel goed en bewust te gaan fotograferen. Het gaat ten slotte om de praktijk waarbij er tegenwoordig de mogelijkheid bestaat om het resultaat direct op het scherm van de camera terug te zien. Een juiste interpretatie van het resultaat, en kennis van de drie manieren om scherptediepte te beïnvloeden, geven de mogelijkheid om snel en doeltreffend te corrigeren. Binnen de grenzen van wat mogelijk is natuurlijk.

Het kan echter fijn zijn om meer begrip van scherptediepte te hebben. Daarom duik ik nu wat meer in op de details en de theoretische kant van scherptediepte. Het is niet direct nodig om dit allemaal te begrijpen, want het gaat voor de fotograaf eerder om het resultaat dan om het ‘hoe en waarom.’

Hoe verloopt de scherpte?

Het gebied van scherpte ligt niet gelijk verdeeld rond het scherpstelpunt. Het is dus niet zo dat bij een scherptediepte van 9 meter er 4,5 meter voor het scherpstelpunt ligt en 4,5 meter achter het scherpstelpunt. De juiste verdeling is altijd 1/3 voor het scherpstelpunt, en 2/3 achter het scherpstelpunt. In het geval van die 9 meter zal de scherptediepte lopen van  3 meter voor het scherpstelpunt tot 6 meter achter het scherpstelpunt. Dit kan heel belangrijk zijn wanneer er een grote scherptediepte nodig is terwijl we niet ver van ons onderwerp af kunnen staan. Kennis van deze verdeling maakt een inschatting mogelijk om te bepalen waar het scherpstelpunt moet liggen. De volgende foto is een goed voorbeeld uit de praktijk.

1/3 voor en 2/3 na het scherpstelpunt valt binnen de scherptediepte. In dit geval betekent het scherpstellen op de tweede persoon om alles scherp te hebben

1/3 voor en 2/3 na het scherpstelpunt valt binnen de scherptediepte. In dit geval betekent het scherpstellen op de tweede persoon om alles scherp te hebben

Om ieder bandlid scherp te krijgen zou de eerste ingeving zijn:  precies op het middelste bandlid scherp stellen.  Wanneer echter gerealiseerd wordt dat maar 1/3 van de scherptediepte voor het scherpstelpunt zal liggen, is het beter wanneer er op het tweede bandlid scherp gesteld wordt. Alleen in dat geval zal alles scherp zijn – mits het juiste diafragma gekozen wordt.

Hyperfocale afstand

Hyperfocale afstand is een term die vaak geassocieerd wordt met landschapsfotografie. De hyperfocale afstand is de afstand waarop scherp gesteld moet worden om maximaal gebruik te maken van de scherptediepte.

Een typische foto die gebruik maakt van hyperfocale afstand: maximaal scherp van voor tot achter

Een typische foto die gebruik maakt van hyperfocale afstand: maximaal scherp van voor tot achter (f/11, 24 mm)

Bij een foto waarbij we het maximum van scherptediepte willen bereiken, kunnen we de focusafstand zo instellen dat “oneindig” nog net binnen de scherptediepte valt. Deze focusafstand wordt de hyperfocale afstand genoemd. De hyperfocale afstand kon vroeger simpelweg afgelezen worden op het objectief, maar tegenwoordig is de scherptediepte schaal niet meer op objectieven terug te vinden. Uitzonderingen daargelaten. In de onderstaande foto geeft aan de hand van een oud objectief duidelijk weer wat de hyperfocale afstand is. Het gekozen diafragma is f/22. Om “oneindig” nog net binnen de scherptediepte te laten vallen moet het objectief op ± 3,5 meter ingesteld worden. Hierdoor verkrijgen we de maximale scherptediepte die loopt van ±1,75 meter tot oneindig. De hyperfocale afstand is dus ± 3,5 meter

De schaalverdeling op een oud objectief geeft de mogelijkheid om de hyperfocale afstand direct in te stellen, zonder tabellen

De schaalverdeling op een oud objectief geeft de mogelijkheid om de hyperfocale afstand direct in te stellen, zonder tabellen

De hyperfocale afstand is niet voorbehouden aan diafragma f/22, hoewel we daarmee wel het maximum uit een objectief wat betreft scherptediepte kunnen halen. Andere diafragma’s hebben elk een eigen hyperfocale afstand.

De manier om de hyperfocale afstand te bepalen kan tegenwoordig vrijwel alleen met een DOF calculator die op diverse internet pagina’s te vinden zijn. Ik gebruik indien noodzakelijk de website  http://www.dofmaster.com/dofjs.html. Natuurlijk zijn er ook apps voor smartphones zodat ook in het veld makkelijk de hyperfocale afstand bepaald kan worden.

Scherptediepte controle knop

De DOF controleknop op de camera is dat vreemde knopje ergens aan de voorkant van de camera, naast de lensvatting. Met deze knop kan de scherptediepte gecontroleerd worden. Wanneer je deze knop indrukt zal het diafragma naar de ingestelde waarde dichtgedraaid worden. Het beeld door de zoeker wordt dus donkerder (er valt minder licht binnen, afhankelijk van het gekozen diafragma).

Het idee is dat hiermee de scherptediepte door de zoeker gecontroleerd kan worden: is alles wat je scherp wilt hebben wel scherp? In de praktijk kan het beeld zo donker worden dat het nog maar moeilijk zichtbaar is, en bovendien is het moeilijk te bepalen op de relatief lage resolutie van het scherm op de camera. Maar het geeft wel een indicatie. Het maken van een testfoto en daarmee op je scherm de scherpte te controleren werkt beter.

Scherptediepte controle knop op een Canon EOS 5D

Scherptediepte controle knop op een Canon EOS 1D mark III

De scherptediepte controleknop is vaak ook voor andere doeleinden te gebruiken, of heeft andere mogelijkheden ingebouwd. De gebruiksaanwijzing van de camera kan hiervoor uitsluitsel geven.

De invloed van de sensorgrootte

Wat doet de sensorgrootte, ofwel cropfactor, voor de scherptediepte? Heeft dit invloed? Het antwoord hierop is ja en nee. In principe zal de sensorgrootte geen invloed hebben op de scherptediepte. Maar willen we met een crop camera en full frame een onderwerp op een dezelfde grootte op de foto hebben, dan zal de afstand tot het onderwerp moeten veranderen, of het brandpunt. We hebben geleerd dat afstand en brandpunt een hele grote invloed op de scherptediepte hebben.

Full-frame camera vs crop camera - praktisch gezien heeft de sensorgrootte (indirect) invloed op de scherptediepte

Full-frame camera vs crop camera – praktisch gezien heeft de sensorgrootte (indirect) invloed op de scherptediepte

Met andere woorden; de cropfactor heeft indirect invloed op de scherptediepte. Voor meer detail over de cropfactor en scherptediepte verwijs ik door naar mijn artikel over de cropfactor.

Circle of Confusion

Wanneer we dan eindelijk diep in de theorie van de scherptediepte duiken treffen we de term Circle of Confusion (CoC) aan. Ik ga hier niet al te ver op in, maar een korte toelichting is wel op zijn plaats. Het verklaart tevens het fenomeen scherptediepte.

Wanneer er op een punt wordt scherp gesteld is alleen dat ene punt scherp. De lenzen van het objectief projecteren het beeld exact op het vlak van de sensor. Alles wat voor of achter dit punt ligt, zal respectievelijk achter en voor het vlak van de sensor vallen. De onderstaande afbeelding laat dit duidelijk zien.

Een schematische weergave van de lichtbundels door een lens

Een schematische weergave van de lichtbundels door een lens (used with kind permission: http://photodecal.org/)

Alle punten die dus niet op het vlak van de sensor vallen zullen dus als een wazige vlek (uit focus) op de foto zichtbaar zijn. Hoe verder het punt uit focus is, hoe groter deze wazige vlek zal worden. Maar de punten die heel dicht bij het focuspunt liggen zullen een dermate kleine wazige vlek vormen, dat we vanaf een bepaald moment geen onderscheid meer zien tussen een vlek en een echt scherp punt. De maximale diameter van de wazige vlek die wij nog nèt als punt onderscheiden, is de Circle of Confusion.
Dit wordt in de onderstaande afbeelding verder verduidelijkt.

Schematische weergave scherptediepte en Circle of Confusion

Schematische weergave scherptediepte en Circle of Confusion (bron: snapsort.com)

Er zijn twee situaties in de bovenstaande tekening geschetst: bovenaan een maximale diafragma opening (bovenste 4), daaronder een kleinere diafragma opening (onderste 4). Er is scherp gesteld op het middelste onderwerp (2).
De lichtbundels tonen aan hoe het onderwerp op de sensor geprojecteerd wordt. Bij de grote diafragma opening zullen de punten 1 en 3, die uit focus zijn, een vlek op het sensorvlak (5) vertonen. De plek waar ze scherp zouden zijn ligt ofwel voor, ofwel achter het sensorvlak.
Als de diafragma opening wordt verkleind, zal de plek waar de uit focus zijnde onderwerpen scherp zouden zijn niet veranderen, maar de vlek wordt wel kleiner omdat de hoek van de lichtbundels kleiner wordt. In dit geval zal de wazige vlek kleiner of gelijk zijn aan de Circle of Confusion, en daardoor deze als scherp op de foto zal verschijnen.

Kijkafstand en afbeeldingsgrootte hebben ook invloed op de manier hoe we scherptediepte interpreteren. De verklaring hiervoor is ook terug te leiden op de Circle of Confusion. Ik heb echter besloten om dit hier in dit artikel niet verder aan bod te laten komen.

Sweet spot

Als er goed in de fotografiewereld geluisterd wordt (met name in de hobbyisten wereld), zal snel duidelijk worden dat niet alles koek en ei is. Een objectief presteert niet bij elke diafragma opening even goed. Dit heeft alles te maken met de constructie van een objectief, het aantal lens-elementen en de kwaliteit van de coatings. Een objectief heeft een zogenaamde “sweet spot”, een diafragma opening waarin het objectief het beste presteert en de beste kwaliteit beeld levert. Dit is voor elk objectief of brandpunt een andere diafragma opening, maar over het algemeen ligt dit vaak tussen f/8 en f/11. Voor de beste kwaliteit beeld is het raadzaam om dit diafragma te gebruiken.

Wanneer grotere diafragma openingen dan de “sweet spot” gebruikt worden zal het beeld in kwaliteit achteruit gaan: onscherpte en lichtverlies in de hoeken is het meest voorkomende effect. Daarnaast kunnen er gekleurde randen ontstaan bij overgangen van licht en donker (chromatische afwijking). Wordt er een kleinere diafragma openingen dan de “sweet spot” gebruikt, dan kunnen de lichtbundels in het objectief elkaar gaan beïnvloeden. Dit is diffractie en het resultaat is een zekere mate van onscherpte. Hoe kleiner de diafragma opening wordt, hoe sterker deze diffractie zal zijn.

Betekent dit dat we moeten proberen om altijd rond de “sweet spot” van f/8 of f/11 te fotograferen? NEE, absoluut niet. Dit beperkt creativiteit en het zal dan nooit echt verrassende of sprekende foto’s opleveren. Mijn advies is; gebruik het diafragma dat je nodig acht. Of dit nu f/1,2 of f/22 is: ze zijn er om gebruikt te worden. Bovendien zal de praktijk uitwijzen dat bij het normale gebruik van foto’s het kwaliteitsverlies in de meeste gevallen te verwaarlozen zal zijn.

Mochten de foto’s onverhoopt op een manier gebruikt worden dat het kwaliteitsverlies toch zichtbaar (en vooral storend) wordt, dan is het tijd voor een beter en kwalitatief hoogwaardiger objectief dat minder last heeft van dit probleem.

Bokeh

De term bokeh is verleent uit het Japans en betekent niets meer dan “onscherpte”. Deze term wordt nog wel eens ten onrechte verwisseld met scherptediepte of de afkorting DOF. Niets is minder waar. Bokeh heeft niets met scherptediepte te maken, en als dat toch het geval is, alleen maar zijdelings. Bokeh is de manier hoe onscherpe delen op de foto zichtbaar worden. Zo kan een foto een hele zachte en prettige onscherpte vertonen, wat dan als een mooie bokeh wordt beschouwd. Of juist andersom: een storende vervelende onscherpte. Een lelijke bokeh.

De manier hoe de onscherpte in een foto eruit is bepalend of de foto een

De manier hoe de onscherpte in een foto eruit is bepalend of de foto een “fijne bokeh” heeft. Met andere woorden: een fijne onscherpte

Bokeh heeft zoals gezegd niets met scherptediepte te maken, maar alles met de bouw van het objectief. Bovendien is het subjectief. Wat door de een als een mooie bokeh ervaren wordt, kan door de andere heel anders gezien worden.

Tot slot

Scherptediepte kan bereikt worden door diafragma, afstand tot het onderwerp en de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief. Met die drie hulpmiddelen is het mogelijk om de mate en manier van onscherpte te beïnvloeden. Het is hiervoor niet nodig om de ingewikkelde theorie achter scherptediepte te kennen, zoals de term Circle of Confusion of zelfs formules om de scherpte uit te rekenen. Een beetje achtergrond informatie kan helpen, maar om het verhaal met theorie nodeloos ingewikkeld te maken levert geen begrip of betere foto’s op.

Ik ben me bewust dat het totale verhaal verre van compleet is en dat er nog heel wat vertelt kan worden over scherptediepte. Voor wie daarin geïnteresseerd is kan het internet afstruinen naar deze informatie. Alle praktische informatie die mijn inziens nuttig is voor een goed gebruik van scherptediepte kan in dit artikel gevonden worden.

 

29 Thoughts on “Scherptediepte in de praktijk

  1. Willy Vankeirsbilck on 06/08/2014 at 8:30 pm said:

    Proficiat. Alles wat velen weten en veel anderen wel ergens gelezen of gehoord hebben duidelijk no nonsens op een rijtje gezet met sprekende voorbeeldfoto’s. Een stimulans om meer bewust om te gaan met standpunt, afstand, diafragma, brandpuntsafstand, focuspunt, enz.
    Veel om in praktijk vlot mee om te gaan om te bereiken wat echt getoond wil worden. Naast de camera-instellingen moeten we ons ook meer bewust zijn van de invloed van fysieke verplaatsing in plaats van eenvoudig wat heen en weer te zoomen.

  2. Paul Alink on 07/08/2014 at 5:53 am said:

    Geweldig geschreven Nando, dit is stevige kost maar hier kan ik mee verder.
    Dus dat wordt oefenen. Bedankt voor het delen.
    Paul

  3. Ziet er weer verzorgd en duidelijk uit Nando. Goede en duidelijke voorbeelden.
    Ik heb echter nog een kleine vraagje over diafragmawaarden bij landschappen.

    Ik zie steeds vaker dat er gekozen wordt voor f/22 in combi bij een groothoek lens met een full frame. Zo ook bij onderstaande foto van jouw hand:

    http://i2.wp.com/farm3.staticflickr.com/2907/14319407597_eb8e49e0f8_o.jpg

    Bij goedkopere objectieven heb je snel last van diffractie. Maar bij een 17-40L in combi met een full frame niet? De scherpte diepte bij een full frame is in sommige gevallen best “thight” en als je alles van voor tot achter scherp wil hebben zal het soms wel moeten.
    Hangt wel van de ‘setting’ af.

    Onderstaande voorbeeld ter verduidelijking. Foto gemaakt afgelopen voorjaar, scherpgesteld op de voorste rotsen, met f/16. De scherpte naar links achteren neemt toch best snel af.
    Zal door de full frame komen.

    https://www.flickr.com/photos/robchristiaans/14295243296/in/photostream/lightbox/

    Dank voor je genomen tijd weer en keep up the good work, lees het altijd even ;-).

    Cheers, Rob.

    • Tja, de scherpte in de hoeken van met name die supergroothoek objectieven blijft een kritisch punt, of je nu bij f/4 fotografeert of bij f/22. Zeker als je dan ook nog perspectiefcorrectie toepast wil het nog wel eens rap achteruit gaan met de scherpte. Of dat nu te maken heeft met diffractie door een diafragma opening weet ik niet. Ik heb daar mijn twijfels over.
      Maar dit soort opnames, de “hyperfocale afstand foto’s” kan ook met een 24mm of 35mm gefotografeerd worden. Je hebt niet altijd een 17mm brandpunt nodig. Zeker niet op fullframe.
      Misschien is dat voer voor een nieuw stukje tekst: “de zin en onzin van supergroothoek bij landschappen”

      • Klopt Nando, in het midden is het heel goed maar de randen gewoon slecht. Scherpte en CA komt al gauw om de hoek kijken. Het laatste is in LR of ACR wel met een druk op de knop te verhalen. Diafragmeren helpt natuurlijk ook.

        Ja 17mm of 35mm op een volbeeld, dat is natuurlijk voor iedereen persoonlijk.
        Ik houd van groothoek maar een gedeelte isoleren kan ook heel mooi zijn.

  4. Pingback: Review en testfoto’s: Medion Life X44038 Digitale Camera | Rudy's Krabbels

  5. Brenda on 31/05/2015 at 8:03 pm said:

    Superduidelijk! Vooral met die voorbeeld foto’s. Zo’n duidelijk stuk zou ik ook wel willen lezen over fotograferen op feestjes. Ik maak graag foto’s maar vind het altijd lastig om met weinig licht en bewegende mensen toch een scherpe foto van het onderwerp neer te zetten met een sfeervolle achtergrond (niet volledig weggeflitst zeg maar). Vooral mbt lichtmeting en te gebruiken diafragma en flitsinstelling.

    • Hallo Brenda,
      dank je voor je bericht.
      Voor flitsen bij weinig licht en bewegende mensen zou ik ervoor kiezen om de camera (handmatig) op een sluitertijd en diafragma te houden die ongeveer 1 à 2 stops donkerder is dan een goed belichte opname. En dan met de flitser de mensen die je fotografeert belichten. De korte flits zal de beweging bevriezen terwijl het licht op de achtergrond toch geregistreerd wordt.
      Je moet een beetje uitproberen welke sluitertijd en diafragma het beste werkt.
      succes

  6. Arnold on 18/09/2015 at 12:43 pm said:

    Heel goede uitleg ik ben 65 jaar en valt het kwartje niet zo snel maar dit is goed te begrijpen hartelijk dank hiervoor Nando.

  7. alies on 21/09/2015 at 8:12 am said:

    Hoi Nando,
    Je bent erg duidelijk in de uitleg over scherpte diepte.
    Thx.
    Groet,
    Alies

  8. Dankjewel! Vond dit artikel via Google en het is zeker heel nuttig. Fijn uitgelegd, ook voor mensen zoals ik, die wel iets weten van fotografie maar ook geregeld hun geheugen weer even moeten opfrissen :) Superhelder!

  9. Saskia on 30/01/2016 at 12:14 pm said:

    Ook van mij een enthousiaste reactie. Een heel goed artikel, duidelijk uitgelegd met goede voorbeeldfoto’s, niet te ingewikkeld, niet te simpel. Ik zal het zeker regelmatig nog eens nalezen. Hartelijk dank dat je zoveel moeite hebt gedaan om het ons zo goed uit te leggen!
    Al googelend kwam ik op deze site, ik kende jouw website nog niet, maar ik ga nu zeker al je publicaties lezen. Nogmaals dank!

  10. Beste
    Goed geschreven // veel werk :-)).
    Doch, wat mij opvalt is dat zelfs in diafragmering met 11 of 22 de out of focus punten duidelijk in de foto te zien zijn. Het best (ook het moeilijkst) is het onderwerp exact scherp te krijgen, diafragmering zal slechts een benadering zijn. Probeer het maar uit! Groet, R. C.

    • Dank je voor je reactie.
      Natuurlijk is en blijft scherp stellen op het juiste punt belangrijk. Zo lang we rekening houden met kijkafstand kan diafragmeren en de hyperfocale afstand voldoende scherpte in de foto brengen.

  11. Paul van der Pijl on 17/05/2016 at 4:05 pm said:

    Top! Heel duidelijk beschreven en de vele voorbeelden geven je een goed beeld van wat welke instelling precies doet. Thanks

  12. Pingback: Hyperfocale afstand… of toch maar niet | nandoonline

  13. Gerard van Dorp on 21/08/2016 at 9:23 am said:

    Top! Dit is een duidelijke en heldere uitleg , waar je wat aan hebt!

  14. Pingback: EVF, een zegen en soms een vloek

  15. Eef Velthorst on 28/11/2016 at 4:22 pm said:

    Beste Nando,

    Wordt bij aankoop van een objectief ook de “”sweet spot”” vermeld of wordt (klakkeloos) aangenomen dat f/8 en f/11 goede diafragma instellingen zijn voor het desbetreffende objectief?

    Met vriendelijke groet,

    Eef.

    • Beste Eef,
      Er wordt nooit iets vermeld over sweet spot bij een aanschaf. Alleen over de maximale lensopening. Over het algemeen wordt aangenomen dat de sweet spot rond f/8 ligt. Waar het bij een objectief in werkelijkheid ligt wordt meestal bij reviews bepaald.

  16. Pingback: Fotosessie met Yizhin | nandoonline

Een (korte) reactie over wat je ervan vindt wordt op prijs gesteld :)

%d bloggers like this: