nandoonline

Sterrensporen fotograferen – deel 1

Dit is een volledig herziene tutorial over het fotograferen van sterrensporen. Hierin zijn een aantal zaken gewijzigd en aangepast om het zodoende beter aan te laten sluiten op deze soort fotografie. Deze tutorial bestaat nu uit twee delen: (1) het op pad gaan en fotograferen, en (2) de nabewerking tot een eindresultaat

Wat zijn sterrensporen

Iedereen weet dat de zon in het Oosten opkomt en in het Westen onder gaat. Tussen zonsopkomst en zonsondergang beweegt de zon dus door de hemel. Voor ons als waarnemer lijkt het alsof de zon beweegt terwijl wij niet bewegen. In werkelijkheid staat de zon stil en draait de Aarde zijn rondjes om haar as. Een hele rotatie om de aardas duurt afgerond 24 uur: een hele dag.

De zon is een van de vele sterren in het heelal. Net als onze eigen zon staan de sterren die we ‘s-nachts aan de onbewolkte hemel zien staan ook stil. Door de rotatie van de Aarde lijken ook deze sterren zich van oost naar west over de hemel te draaien. Net als de zon.

Overdag is het niet nodig om daarover na te denken: de sluitertijden zijn snel genoeg om de beweging van de zon ‘te bevriezen.’ Maar als het donker wordt is het een ander verhaal. Doordat we langere sluitertijden nodig hebben wordt de beweging van die objecten in het heelal wel zichtbaar. De lichtpuntjes in de hemel die we als sterren kennen zullen dus bewogen op de foto komen te staan: bewegingsonscherpte. De sterren worden lijntjes. Deze lijntjes noemen we sterrensporen.

De Poolster

Hoe de sporen die deze sterren in hun ‘beweging’ trekken eruit zien is afhankelijk van waar we naar toe kijken. Dat heeft alles te maken met de as van de Aarde en onze eigen plaats op de Aarde. Als we naar het punt kijken waar de as van de Aarde naar toe wijst vinden we daar een ster die de toepasselijke naam Poolster heeft. Deze ster ligt vrijwel in het verlengde van de aardas en daarom lijkt deze als enige ster stil te staan. De andere sterren draaien om dit ene punt heen. Iemand die ten zuiden van de evenaar naar de hemel kijkt ziet de sterren rond de zuidpool draaien. Wanneer je exact op de evenaar staat ziet de helft van de sterren rond de noordpool draaien en de andere helft om de zuidpool.
Omdat Nederland gemiddeld op 52 graden Noorderbreedte ligt zien we ook een deel van de sterren van het zuidelijk halfrond. Dat is de reden waarom de sterren in het Zuiden de andere kant op lijken te draaien. Over dit verschijnsel heb ik een apart artikel in mijn blog geschreven.

Het vinden van de poolster is kijken in de noordelijke richting.

De Poolster staat exact in het Noorden. Deze ster is te vinden met behulp van het sterrenbeeld Grote beer (Ursa major), het steelpannetje. De twee sterren van het ‘pannetje’ wijzen precies naar de Poolster. Dit heb ik in de bovenstaande foto laten zien (klik voor een grotere versie).

Lange sluitertijden

Om de beweging van de sterren vast te leggen zijn lange sluitertijden nodig. Hoe langer de sluitertijd, hoe langer de sterrensporen worden. Omdat het donker is zijn die lange sluitertijden ook mogelijk. Toch zal er na verloop van tijd zoveel licht op de sensor vallen dat de foto overbelicht wordt. Zelfs ‘s-nachts, en zeker in Nederland en omliggende landen, waar zoveel lichtvervuiling is dat het nooit echt donker wordt. Belichtingstijden van meer dan 5 tot 10 minuten zullen in veel gevallen niet eens mogelijk zijn zonder een overbelichte foto te krijgen – behalve misschien op de paar redelijk donkere plekken die Nederland rijk is.  Bovendien is het nodig om een lage ISO en wellicht een klein diafragma in te stellen om zo lang mogelijk te kunnen belichten. Het resultaat zal dan zijn dat er maar weinig sterren op de foto verschijnen.

Lichtvervuiling maakt sterren fotograferen moeilijk. Dit is met ISO1600 en f/5,6 25sec belicht.

Om belichtingen van een uur of langer te maken moeten er gebruik gemaakt worden van een trucje: in plaats van één enkele lange belichtingstijd is het mogelijk om via software meerdere opnamen van een kortere belichtingstijd te combineren tot een virtueel lange sluitertijd. Op deze manier zijn er plotseling geen of nauwelijks beperkingen meer en wordt het zelfs mogelijk om in een stadse omgeving sterrensporen vast te leggen zonder dat de foto volledig overbelicht wordt, ook met hoge ISO waarden.

Langer belichten = meer sterren op de foto

Normaal gesproken zal een langere sluitertijd meer licht op de sensor laten vallen. Dit is logisch. Maar dit werkt niet bij sterren: een langere sluitertijd zal nooit meer sterren op de foto brengen. Het waarom is simpel: de sterren verplaatsen zich door de rotatie van de Aarde. Een ster zal dus nooit dezelfde pixel blijven belichten, maar continu van pixel naar pixel verschuiven. Om meer sterren op de foto te krijgen moet het diafragma verder opengezet worden, of de gevoeligheid van de sensor verhoogd worden door de ISO hoger te zetten.

ISO400 is te laag om veel sterren op de sensor te krijgen. Zelfs met 12 minuten onafgebroken belichten laat niet meer sterren zien.

Maar let op; langer belichten heeft wel invloed op de voorgrond en de helderheid van de lucht, zoals in de bovenste foto te zien is. Deze foto is met ISO400 maar liefst 12 minuten belicht. De voorgrond is daardoor niet inktzwart (zelfs in die donkere omgeving), maar heeft detail gekregen. Er zijn echter niet veel sterren in de hemel zichtbaar, puur omdat de sterren niet genoeg licht geven om door de sensor geregistreerd te worden. Alleen door het diafragma verder open te zetten of de ISO flink omhoog te draaien zullen er meer sterren op de foto verschijnen.

Een hogere ISO waarde registreert meer sterren. Het heeft echter geen zin om vele minuten lang bij die hoge ISO waarde te belichten. Dat heb ik in de onderstaande foto laten zien waar midden in de nacht, in een bos, 10 minuten lang belicht is met ISO1600. Er zijn sterren te zien, maar tenauwernood. De foto is niet langer een ‘nachtfoto’.

Tien minuten met ISO1600 levert een daglichtfoto op.

Dit is nog maar een belichting van tien minuten. Stel je voor dat je een sterrenspoor van een uur wilt hebben. Dit is absoluut niet mogelijk door één enkele belichting te maken. Om dit voor elkaar te krijgen is het nodig om veel foto’s met een kortere belichtingstijd digitaal samen te voegen.

Lengte van sterrensporen

Een sterrenspoor kan vrijwel nooit een volledige cirkel vormen. De tijd die het kost voor een ster om een hele cirkel te maken duurt een hele dag: 24 uur. Op de meeste plaatsen op Aarde zal het een deel van die 24 uur licht zijn. Alleen op de Noord- of Zuidpool kunnen de nachten lang genoeg duren om de sterren een volledige cirkel te laten maken. De langste nacht in Nederland valt op 21 december; het is dan van einde avondschemering tot begin ochtendschemering maar liefst 15 uur donker.
Maar is het nodig om zulke lange sterrensporen vast te leggen?

Deze sterrensporen zijn erg kort: ISO200, f/5,6 en 3 minuten belicht

De lengte van een sterrenspoor is afhankelijk van de tijd die je belicht. Hoe die lengte op beeld eruit ziet is afhankelijk van de brandpuntsafstand. Een sterrenspoor van 5 minuten zal bij 100mm brandpunt heel anders overkomen dan bij 10mm.

Over het algemeen zullen sterrensporen gefotografeerd worden met groothoek objectieven, of zelf ultragroothoek: ergens in de reikwijdte van 10mm tot 35mm. Voor deze brandpunten is een half uur een beetje het minimum. Bij kortere tijden zullen de lengte van de strepen te kort zijn om goed over te komen. Bij langere brandpunten is van 10 minuten tot een half uur toch wel aan te raden.

De lengte van een sterrenspoor is echter ook afhankelijk van de richting waarin gefotografeerd wordt. Hoe verder de sterren van de Noordpool af staan, hoe langer een sterrenspoor in een bepaalde tijdseenheid wordt. Een ster vlak bij de Poolster zal in een half uur maar een hele kleine afstand af hoeven te leggen. Aan de horizon zal die afstand in dat half uur veel langer zijn.

Ongeveer 38 minuten belichten levert mooie sterrensporen op. Hoe dichter bij de poolster, hoe korter de sporen zijn.

Tot slot zal de lengte van een sterrenspoor ook af hangen van het geduld. Wachten duurt nu eenmaal lang.

Apparatuur

Canon EIOS 1Dmk3 met EF 15mm f/2,8 fisheye objectief op een stevig statief en draadontspanner

Voor wie serieus met sterrensporen aan de slag wil is een digitale spiegelreflex camera bijna een must. Ik zeg bijna, want met de komst van de geavanceerde nieuwe compactcamera’s en systeemcamera’s zal het me niet verbazen dat ook deze modellen de mogelijkheden hebben om sterrensporen te fotograferen. In deze tutorial ga ik echter uit van een spiegelreflex camera om het simpele feit dat ik die gebruik. Wil je aan de slag met een ander type camera raad ik aan om te kijken of deze camera de instelmogelijkheden heeft die ik zal beschrijven en ga het uitproberen.

Camera

Een spiegelreflex, bij voorkeur digitaal. Dit type camera heeft zeker de mogelijkheden aan boord om sterrensporen te gaan fotograferen. Hoe hoger de bruikbare ISO waarde van de camera is, hoe meer mogelijkheden het biedt. Het is belangrijk dat de camera de mogelijkheid heeft om op BULB te fotograferen, of dat de sluitertijd op handmatig tot 30 seconden kan worden ingesteld.

Objectief

De keuze voor een objectief wordt bepaald door wat je op de foto wilt zetten; dat kan een groothoek zijn maar ook een standaard objectief of zelfs een tele objectief. In eerste instantie adviseer ik een groothoek objectief, het liefst met een maximale diafragma opening van f/2,8. Diafragma openingen van f/4 of f/5,6 zijn echter ook goed bruikbaar.

Met een groothoek is het mogelijk om een groot deel van de hemel op de foto te krijgen. Deze foto’s zijn vaak imposant. Ga echter het gebruik van standaard objectieven of zelfs kleine tele objectieven niet uit de weg. Daarmee zijn heel andere effecten te verkrijgen. Wees creatief.

Niet alleen groothoek is geschikt. Deze is met 35mm brandpuntafstand gefotografeerd.

Statief

Een statief is evident. Zonder een stevig statief zal het maken van sterrensporen schier onmogelijk zijn. Het is belangrijk om een stevig statief te gebruiken. Zorg er ook voor dat het statief niet tot de maximale hoogte wordt uitgeschoven. Hoe hoger, hoe instabieler het wordt. Zeker als het waait is het belangrijk dat er geen beweging in zit. Alvorens begonnen wordt met het maken van de foto’s is het ook belangrijk om zeker te zijn dat de statiefkop (balhoofd of 3-weg kop) niet zal verzakken gedurende de tijd dat er foto’s gemaakt worden.

Draadontspanner

Een draadontspanner is het eenvoudigste in gebruik. Ingewikkelde time-lapse hulpmiddelen zijn niet nodig. Voor sterrensporen te fotograferen is het belangrijk dat de foto’s direct op elkaar volgen. Door gebruik te maken van de serie opnamen stand van de camera en een vergrendelbare draadontspanner zal de camera automatisch opname na opname maken.

Instellingen

Er zijn een aantal instellingen noodzakelijk om sterrensporen te kunnen fotograferen. De belichtingsinstelling moet op de stand manual gezet worden om gedurende de serie foto’s een gelijke scherptediepte en belichting te houden. Zet de camera op serie opnamen om aan een stuk door opnamen mogelijk te maken. Een aantal instellingen zijn wat specifieker en vereisten een korte toelichting.

Autofocus

Uit. In het donker werkt de autofocus niet of nauwelijks. Stel tevoren de scherpte op oneindig want voor ons lijken de sterren oneindig ver weg te staan. Op oneindig instellen van een objectief kan moeilijk zijn omdat de focusring van de meeste objectieven voorbij oneindig kan draaien. Hou daar rekening mee. De beste methode om een objectief op oneindig in te stellen is met behulp van de live-view. Kies een heldere ster, zoom met live-view maximaal op deze ster in en stel dan handmatig scherp.

Handmatig scherpstellen op een heldere ster is met live-view uitstekend te doen

Spiegel opklappen (MLU)

Om trillingen te voorkomen kan het nuttig zijn om de spiegel handmatig op te klappen (Mirror Lock Up = MLU). Maar let op, want het betekent wel dat na het opklappen van de spiegel het mogelijk moet zijn om meerdere opnamen te maken. Indien de camera voor iedere opname twee handelingen nodig heeft (1: indrukken ontspanknop = opklappen spiegel; 2: indrukken ontspanknop is opname maken) zal het niet lukken om sterrensporen te fotograferen. De spiegel opklappen is ook geen vereiste. Met belichtingen van 10 tot 30 seconden per foto zal een eventuele trilling (op een stevig statief) al lang uitgedoofd zijn voor er genoeg licht op de sensor is gevallen.

Ruisreductie

Deze moet uit. Ruisonderdrukking betekent dat er na de opname een extra opname gemaakt wordt zonder dat er licht op de sensor valt. Het maken van dit darkframe kost evenveel tijd als de oorspronkelijke opname. Als ruisonderdrukking aan staat zullen de sterren geen lijnen worden, maar stippellijnen. Meer over darkframes is te lezen in mijn blog.

Fout: ruisonderdrukking aan levert geen lijnen maar stippellijnen op: 8x 3 minuten belicht op ISO800 en f/8

Diafragma

In principe is het te adviseren om een zo groot mogelijk diafragma te kiezen. Op die manier valt er zoveel mogelijk licht op de sensor. Een zo groot mogelijk diafragma levert wel een minimale scherptediepte op. Bij gebruik van een groothoek zal dit niet zo’n probleem zijn, tenzij je voorgrond significant dicht bij de camera is. Het kan in die gevallen dus zinvol zijn om enigszins te diafragmeren. Bedenk zo: elke diafragmastop betekent dat er de helft van de hoeveelheid licht op de sensor valt, en dat er dus minder sterren op de foto verschijnen. Dit kan gecompenseerd worden met de ISO waarde, maar niet met sluitertijd.

Een ander voordeel van diafragmeren is een betere beeldkwaliteit. Vooral in de hoeken van de foto. Of dit storend is in de foto zal afhankelijk zijn van veel zaken waarvan de kwaliteit van het objectief de grootste invloed heeft.

ISO

De ISO waarde bepaalt in feite hoeveel sterren je op de foto krijgt. Hoe hoger de ISO gezet wordt, hoe meer sterren er zichtbaar worden, en hoe meer sterrensporen er uiteindelijk in de foto verschijnen. Over het algemeen kan een groothoek opname meer sterrensporen bevatten dan een opname met een standaard of tele objectief. Bij die laatste kan een hemel er al snel tè druk uit gaan zien. De keuze voor de ISO waarde is dus afhankelijk van het eindresultaat dat je wilt behalen.

Het verschil van hoge ISO en lage ISO waarde. Let op het aantal sterren.
links = ISO1600, 15 seconden
midden = ISO100, 4 minuten (dezelfde belichting)
rechts = ISO1600, 16x 15sec (= 4 minuten)

Natuurlijk speelt het omgevingslicht ook een belangrijke rol. Is er veel omgevingslicht? Dan kan een hoge ISO waarde bij sluitertijden tussen de 10 en 30 seconden een overbelichte opname opleveren. Wil je toch veel sterren op de foto krijgen, dan zal je moeten compenseren door korter te belichten. Wanneer de ISO als correctie omlaag gezet wordt (of het diafragma verder dicht) zullen er minder sterren op de foto komen.

Een diafragma op f/4 en ISO3200 levert al snel een tè drukke foto op; zet de ISO niet blindelings zo hoog mogelijk

Sluitertijd

Zoals eerder vermeld zal de sluitertijd niet bepalend zijn voor de hoeveelheid sterren die op de foto verschijnen. De sluitertijd zal wel invloed hebben op de voorgrond en de lichtvervuiling. Midden in de stad zal een sluitertijd van 30 seconden bij een hoge ISO waarde al snel te lang worden, terwijl in een donkere omgeving dezelfde 30 seconden zonder problemen gekozen kan worden.

De sluitertijd kan zoals gezegd het beste ingesteld worden tussen de 10 en 30 seconden per foto. Langer dan 30 seconden is veelal niet of nauwelijks mogelijk zonder trucjes toe te passen met time-lapse functies. Korter dan 10 seconden per foto levert dan weer heel veel foto’s op. Tel maar uit: één uur fotograferen met 5 seconden per opname levert een totaal van 720 foto’s op. Als er gekozen wordt voor 15 seconden belichting zijn er 240 foto’s nodig. Dat scheelt nogal.

Sterrensporen in het centrum van Eindhoven: ISO1000 en f/5,6 met 15 seconden belichting

Diafragma / ISO / sluitertijd – de uiteindelijke combinatie

Wat stel je nu precies in? Dat is vrij eenvoudig te beantwoorden. Voor een donkere omgeving zijn de volgende instellingen een goede uitgangspositie:

ISO1600   |   f/4   |   15 sec

Ga met een paar testfoto’s deze waarden aanpassen tot het resultaat naar wens is. Is de omgeving zo licht dat de foto overbelicht is? Kies dan een kortere sluitertijd. Dit zal geen verschil voor het aantal sterren maken, maar wel voor de helderheid van de omgeving. Wordt de sluitertijd korter dan 5 seconden? Dan is het te overwegen om de ISO waarde te verlagen of het diafragma verder dicht te draaien. Bedenk wel dat er in dat geval minder sterren zichtbaar zullen zijn.

Is de omgeving bij deze instellingen gewoon heel donker? Geen probleem. Ga echter niet te snel de ISO omhoog zetten, of het diafragma verder open. Dan zal de lucht alleen maar lichter worden (en meer sterren zichtbaar), maar de omgeving zelf zal niet snel lichter worden. Laat de instellingen gewoon staan, of  overweeg om per foto langer te gaan belichten. Zodoende kan het aantal opnamen beperkt worden, èn de omgeving iets lichter worden. Kom je in dat geval voorbij de 30 seconden belichting? Dan moet je overschakelen op BULB opnames.

BULB

De meeste camera’s hebben 30 seconden als langste instelbare sluitertijd . Langer belichten vereist een apart stand: de BULB stand. Dit betekent dat de sluiter open blijft staan zo lang de ontspanknop ingedrukt blijft.  Het foefje met de continu opname door middel van het vergrendelen van de ontspanknop op een draadontspanner werkt niet meer. Dit betekent dat je handmatig de sluiter moet bedienen, samen met een stopwatch, of dat je een draadontspanner met timer aansluit waarbij je de belichtingstijd kunt instellen.

Dertig minuten belichting met 6 foto’s van 5 minuten belichtingstijd. Er is gekozen voor ISO400 met f/8 om overbelichting te voorkomen

Langer belichten zal meer omgevingslicht opvangen waardoor het noodzakelijk kan zijn om een lagere ISO waarde te kiezen. Dit heeft dus als resultaat dat er minder sterren op de foto staan. Een ander probleem dat de kop op kan steken is de hoeveelheid ruis.

Mijn advies is in eerste instantie om belichtingstijden te kiezen die rond de 15 -30 seconden liggen. Dit is een stuk eenvoudiger om mee te beginnen. Bovendien heeft een camera vaak minder moeite bij serie opnamen bij deze sluitertijden dan bij langere. Dit heeft alles te maken met het wegschrijven van de data naar de geheugenkaart.

Tot slot: Witbalans

De witbalans is lastig en afhankelijk van de omgeving. Ik wil adviseren om in ieder geval wel een vaste waarde te kiezen zodat elke foto dezelfde instelling heeft. Voor een nachtelijke omgeving met redelijk veel kunstlicht is de stand 3400K een redelijk goede uitgangspositie. Is er vrijwel geen kunstlicht aanwezig kan de witbalans beter op 4000K gehouden worden. Maak de foto’s in ieder geval in RAW. Dan kan de witbalans altijd bij geregeld worden in de nabewerking.

In dit geval is 3400K te koud. Het levert een onwerkelijk blauwe lucht op

Stap voor stap sterrensporen fotograferen

Tot zover de theorie. Dan volgt de praktijk; het fotograferen zelf. Dit laat ik stap voor stap de revu voorbij komen alsof er over mijn schouder mee gekeken wordt. De instellingen die ik gebruik zijn bepaald volgens de voorafgaande opsommingen.

Belangrijk om rekening mee te houden en/of mee te nemen

  • zaklamp, voor als je in het donker iets moet zoeken
  • sterrenkaart, een manier om sterrenbeelden te ontdekken
  • stoeltje om te kunnen zitten
  • stopwatch om de tijd bij te houden
  • gezelschap maakt het wachten minder lang
  • thermosfles warme drank (thee / koffie)
  • hapje (boterham, koekje, snoepje)
  • deken om aangenaam warm te blijven
  • warme kleding, want het koelt ‘s-nachts snel af
  • ken het gebied om in het donker verdwalen te voorkomen
  • laat thuis weten waar je (ongeveer) bent

1. Locatie uitzoeken

Het beste is om overdag de locatie te zoeken en te bezichtigen. Het is veel makkelijker om bij daglicht op verkenning te gaan en de beelduitsnede te bepalen dan ‘s-nachts. Let er op dat het niet altijd toegestaan is om na zonsondergang op plaatsen te komen (natuurgebieden). Hou rekening met de omgeving in verband met strooilicht: zijn er lantaarns, wegen of huizen. Let ook op de aanwezigheid van kassen want die zijn een enorme bron van lichtvervuiling. Kijk ook of er een plek is waar je enigszins comfortabel kunt wachten. Een bankje om op te zitten, of neem een klein licht stoeltje mee.

2. Op pad in het donker

Een uur na zonsondergang begint het echt donker te worden. Let op de stand van de Maan: in welke fase is deze, hoe laat komt de Maan op en wanneer gaat de Maan onder. Voor sterrensporen is maanlicht funest, zeker bij (bijna) volle Maan. Zorg dat je alle spullen bij je hebt, en onder handbereik. Zorg dat de accu van de camera vol is, het geheugenkaartje voldoende lege ruimte heeft en de telefoonbatterij vol is (voor de bereikbaarheid). Neem niet te veel objectieven mee: alleen wat je wilt gebruiken met maximaal één objectief extra. Stel thuis zoveel mogelijk tevoren in: manual mode, witbalans, ISO, transport modus, ruisonderdrukking, MLU.

3. Ter plekke: opstellen apparatuur

Eenmaal ter plekke kan gestart worden met het opstellen van de apparatuur. Zet het statief stevig neer. Zorg dat de draagriem niet kan bewegen in de wind of dat de draadontspanner los hangt te bungelen. Stel het gewenste diafragma in en stel het objectief scherp. Maak een paar testfoto’s met de gewenste sluitertijd en ISO waarde om te controleren of de belichting naar wens is. Controleer nog even alle instellingen. Als alles naar wens is kan de definitieve beelduitsnede gemaakt worden en is alles klaar voor het maken van sterrensporen.

Camera instellen en dan aanzetten; de rest gaat vanzelf

4. Aanzetten van de camera

Het aanzetten van de camera is eenvoudig: druk de ontspanknop op de draadontspanner in en vergrendel deze. De camera zal nu opnamen met de ingestelde belichting maken totdat de ontspanknop weer ontgrendeld wordt. Het is nu een kwestie van wachten. Eventueel kan een stopwatch aangezet worden om bij te houden hoe lang er gefotografeerd wordt. Maar pas op met een zaklamp of het (heldere) licht van het schermpje van je mobiele telefoon (zorg dat deze al maximaal gedimd is in de instellingen). Zorg dat het licht niet in de lens komt en scherm het licht zoveel mogelijk af. Het duurt bijna 20 minuten voordat je ogen aan het duister gewend zijn, dus hou het zo duister mogelijk.

5. Wachten

Het wachten wordt verzacht door het je gemakkelijk te maken. Een bankje om op te zitten of bij gebrek daaraan het meegenomen stoeltje. Zorg dat je warm blijft. Een deken, handschoenen. Zelfs in de zomer kan het ‘s-nachts ver afkoelen. Tijdens een uur stilzitten kan de kou in je botten kruipen. Een warme kop thee, koffie of chocolademelk doet wonderen, een koekje erbij en wellicht gezelschap maakt het wachten minder zwaar.

Op het bankje wachten tot er lang genoeg gefotografeerd is.

Kijk ook naar de hemel tijdens het wachten. Een sterrenkaart geeft je de mogelijkheid om sterrenbeelden te zoeken of andere objecten. De kans bestaat om een vallende ster te zien (en op de foto te krijgen) of een Iridium flare. Kijk ook naar de rotatie van de sterren/sterrenbeelden. Zo heb je zelf een idee hoe lang het sterrenspoor aan het worden is. Maar vooral: geniet van de rust en de geluiden van de nacht.

6. Tijd is om

Het beste is om tevoren een inschatting te maken hoe lang je wilt fotograferen. Is die tijd om, of je geduld, dan is het tijd om de camera uit te zetten. Ontgrendel daarvoor de ontspanknop op de draadontspanner en wacht tot de laatste foto gemaakt is. Indien het gewenst is om een aantal darkframes te maken is dit de tijd ervoor. Laat de camera staan, plaats de lenskap en maak een aantal foto’s zonder dat er licht op de sensor valt.

7. De voorgrondfoto

Foto’s van sterren zijn leuk. Maar het is zeker zo leuk om een mooie aantrekkelijke voorgrond in de foto te hebben. Met die hoge ISO waarde en grote diafragma opening bestaat de kans dat verlichte objecten overbelicht zijn. Maak dan een foto van die voorgrond met een lagere ISO waarde en een kleinere diafragma opening. Is de voorgrond erg donker? Dan kun je een foto maken met een extra lange sluitertijd, eventueel met een lagere ISO waarde (in verband met de ruis). Dat is dan ook het moment waarbij je met een zaklamp de voorgrond bij kunt lichten als je dat wilt. Zorg er wel voor dat de camera absoluut niet verplaatst of bewogen wordt.

Behalve de sterrensporen is er een aparte foto gemaakt om later de overbelichte voorgrond te corrigeren

Deze voorgrond foto kan later digitaal in de foto verwerkt worden. Denk je ter plekke dat een voorgrond foto niet nodig is? Maak er dan toch een. Je hoeft deze natuurlijk niet te gebruiken, maar misschien bedenk je je achteraf. Dan weet je zeker dat je er eentje hebt.

8. Terug naar huis

Als het tijd is om naar huis te gaan is het belangrijk om de plek netjes achter te laten: ruim eventuele rommel op en vooral: vergeet niets. Kijk even rond met de zaklamp. Nu is het belangrijk dat je bekend bent met het gebied waar je bent. De verkenning overdag komt van pas om de weg terug te vinden. In het donker is dat ene bospad waar je door moest zo over het hoofd gezien, dus let op.

Natuurlijk bestaat er zoiets als GPS. Echt verdwalen is daarom bijna niet meer mogelijk Een verkeerde afslag kan echter betekenen dat die 5 minuten naar de auto lopen een uur wordt. Zorg dat je de weg kent.

Tot slot

Wanneer je eenmaal de weg naar huis hebt gevonden, en je komt die warme kamer binnen, dan zal hoogstwaarschijnlijk de camera helemaal beslaan – in ieder geval, als het buiten koud is. Er wordt geroepen dat de camera beter in de tas gelaten kan worden om te voorkomen dat er vocht in kwetsbare onderdelen kan komen. In de jaren dat ik sterren fotografeer heb ik altijd mijn camera uit de tas gehaald om deze vervolgens in de huiskamer op statief te laten acclimatiseren.  En ja, de hele camera en objectief zal nat zijn van de condens. De geheugenkaartjes haal ik al uit de camera en laat ze op temperatuur komen (wat niet zo lang duurt) voor ik de foto’s via een cardreader overzet naar de computer.

Zo kan een camera eruit zien na een nacht sterrensporen fotograferen (hoewel dit ook na een regenbui is)

Wat goed is, of wat fout is weet ik niet. Welke methode je ook toepast, laat alles gewoon rustig op temperatuur komen. Dat is belangrijk. Meer over condensvorming bij het fotograferen en als je thuis komt is hier te lezen: http://www.nandoonline.com/?p=2767

Nabewerking.

Daar zijn ze dan: tientallen of misschien wel honderden foto’s van één enkele compositie. Een geheugenkaartje vol met (bijvoorkeur) RAW bestanden. Al deze bestanden moeten verwerkt worden tot één enkele foto. In eerste instantie lijkt dit een hels werk, maar in werkelijkheid valt het wel mee. Hoe dit gebeurt vertel ik in deel 2.

Sterrensporen fotograferen deel 2: de nabewerking tot een eindresultaat

29 Thoughts on “Sterrensporen fotograferen – deel 1

  1. Pingback: Deel 1 van de nieuwe tutorial “Sterrensporen fotograferen” | nandoonline

  2. Heldere uitleg Nando, dit ga ik zeker in de nabije toekomst eens proberen!

  3. Deze tutorial zal ik aanbevelen bij alle vrijwilligers van http://www.sterrenwachthellendoorn.nl
    Erg goed omschreven, en vooral, waar astronomen van houden, HELDER.

  4. Pingback: Meer over condensvorming bij astrofotografie | nandoonline

  5. hj on 30/10/2013 at 6:37 pm said:

    Thnks voor het uitleg Nando!

  6. Joël on 10/12/2013 at 7:59 pm said:

    Hallo Nando

    Dank voor deze heldere en nuttige uitleg. Dat gaat zeker nog eens van pas komen.

  7. Hi Nando,

    De beste wensen voor 2014.

    Bedankt voor de uitleg, dankzij jouw uitleg begrijp ik het fotograferen steeds beter.
    Vanmorgen vroeg ben ik op stap geweest om sterrensporen te fotograferen, het resultaat is hier te zien http://www.flickr.com/photos/bydante/11683956313/
    Dankzij jouw sterrensporen tutorial ben ik er ingeslaagd.

    Groetjes Philip

  8. Pingback: Wendy van 't Klooster Hoera, het is najaar!

  9. Een pracht artikel, Nandoo!

  10. Jan Konter on 13/06/2015 at 10:20 am said:

    Dank je wel voor je duidelijke uitleg,Nandoo

  11. piet on 16/08/2015 at 12:30 am said:

    Suuper duidelijke en enthousiaste uitleg!! Suuper leuk!!

  12. Izo on 18/03/2016 at 8:56 am said:

    Prima beschrijving! Heb met eerste trial van een startrail gedaan.

    Ben denk ik wel tegen een berperking van mijn camera aangelopen, Nikon D90. Het lijkt er op dat hij rond de 100 foto’s stopt met opnames maken. Ik moet dat eens uitzoeken. Ik zie ook een indicator teurlopen van r007 zoiets tot r00. Aangekomen bij r00 lijkt hij te stoppen.

    • Een snelle zoektocht heeft me geleerd dat deze beperking bij (sommige) Nikon camera’s aanwezig is. Dat is zonde en beperkt je enigszins. Het betekent dat je na 100 foto’s zo snel mogelijk opnieuw de serie moet starten. Misschien zijn er andere mogelijkheden die deze beperking omzeilen. Helaas ken ik die niet want ik werk niet met Nikon, dus daar kan ik je niet bij helpen. Misschien kan een andere lezer hier antwoord op geven, of je moet op fora’s gaan zoeken.

  13. Pingback: Hoe fotografeer je de Melkweg? Astrofotografie voor beginners.

  14. Jan de Vries on 30/12/2016 at 9:09 am said:

    Als ik vanuit een rijdende auto fotografeer wordt alles vaag. Sterrensporen fotograferen we vanaf een roterende aarde die met grote snelheid (29,8 km/s) een baan beschrijft rond de zon. Hoe kunnen deze sporenfoto’s dan scherp zijn?

    • Hallo Jan,
      Dank je voor je opmerking. Een verrassende opmerking als ik dat mag zeggen, aangezien het een vergelijk is dat ik niet snel zou maken.
      Allereerst een kleine correctie. De beweging die de sterren aan de hemel maken is niet door de beweging om de zon heen, maar een rotatie om de eigen as, als een bal die rond spint.
      Als je uit een rijdende auto kijkt zie je de objecten dichtbij sneller bewegen dan de objecten die op de horizon zichtbaar zijn. Zou je uit de auto fotograferen, dan heb je voor de objecten dichtbij een veel snellere sluitertijd nodig om ze scherp te krijgen dan voor objecten op de horizon. Natuurlijk is de snelheid van de auto en de brandpuntsafstand ook bepalend voor de sluitertijd die je kunt gebruiken.
      Sterren zijn nog veel verder weg, voor ons perspectief zo goed als oneindig. Dan kun je dus een relatief lange sluitertijd gebruiken zonder dat die bewogen zijn ondanks de beweging van de Aarde. Die maximale sluitertijd is dus afhankelijk van de snelheid die de Aarde roteert en het brandpunt. Ga je langer belichten, dan krijg je bewegingsonscherpte door de rotatie snelheid van de Aarde. Dit zien wij dus als sterrensporen.
      Het vergelijk is dus perfect door te trekken naar het fotograferen uit een rijdende auto.

  15. Danny Peulders on 17/02/2017 at 4:14 pm said:

    voor de module ruimte natuur zit er ook een opdracht sterrensporen in. ik heb heel veel bijgeleerd met uw tutorial. bedankt daarvoor. mvg danny uit Kortrijk

  16. Bas on 08/05/2017 at 12:34 pm said:

    Handige uitleg, maar vergeet 1 ding ook niet; een snelle geheugenkaart. Ik heb laatst iets soortgelijks geprobeerd maar na elke foto van ongeveer 20sec had mijn camera (fuji xt-1) ook 20sec nodig om een foto op te slaan op een regulier kaartje. Ik heb wel handmatig gefotografeerd, dus niets geprogrammeerd maar het lijkt me niet dat dat verschil maakt.

    • Dank je voor je reactie, Bas.
      Een snelle geheugenkaart is zeker verstandig, doch ik verwacht niet dat dit voor een 20 seconden lange foto enig verschil zal uitmaken. Er staat namelijk maar een enkele foto in de geheugenbuffer, waar er misschien wel 6 of meer in passen.
      Je uitleg over het 20 seconden wachten op het wegschrijven klinkt eerder als een lange-sluitertijd-ruisreductie. Die zorgt er namelijk voor dat er een “darkframe” na de foto gemaakt wordt, die even lang duurt als de foto zelf. Gedurende die tijd kun je bij de meeste camera’s geen nieuwe foto maken. Schrijft een camera beelden weg uit de geheugenbuffer, dan is het wel mogelijk om nog foto’s te maken – tot die buffer daadwerkelijk vol raakt. Met 20 seconden per foto lijkt me dat onwaarschijnlijk.

  17. Robert Kroos on 07/08/2017 at 6:11 pm said:

    Met veel toewijding het artikel gelezen en zeker iets wat ik op korte termijn wil proberen.
    Echter heb ik nog een vraag je spreekt hier over sterrensporen fotografie.
    Nu heb ik zelf de ambitie om ook sterren te fotograferen zoals ze zijn.
    Nu lukt me het regelmatig om ze op beeld te zetten maar dan zijn de sterren rood en of blauw.
    Kun je me ook toelichten hoe ik ze wel in de witte/gele kleur kan krijgen?

    Groet robert

    • Dank je voor je reactie, Robert.
      Vaak zal het probleem van CA optreden; chromatische afwijking van het objectief. Dit komt omdat alle kleuren van het licht op iets andere manier door het objectief gaat. Fabrikanten proberen dit te corrigeren, maar dit is heel moeilijk, duur en vrijwel geen enkel objectief (behalve de extreem dure) is er vrij van. Op de foto lijkt het alsof er naast een heldere ster een klein blauwig of rossig “spookbeeld” ontstaat waardoor het lijkt dat het om een blauwe of rode ster gaat.
      Om kleuren goed te kunnen zien zou je de ster een tikkeltje uit focus moeten hebben. Dan wordt het een groter vlekje zodat de kleur beter herkenbaar wordt. Maar ja, dat wil je dan ook niet.
      Dat is volgens mij de reden.
      mvg
      Nando

Een (korte) reactie over wat je ervan vindt wordt op prijs gesteld :)

%d bloggers like this: