nandoonline

Een pingoruïne

Lang, lang geleden was het koud. Zo koud zelfs dat de gletsjers van de Noordpool tot in Nederland reikten. Maar er kwam een eind aan deze ijzige tijd. Langzaam maar zeker steeg te temperatuur en trok het ijs zich terug naar het hoge Noorden. Dit ging niet snel en de grond van het land bleef tot diep onder de oppervlakte bevroren. Ook aan deze permanente vorst in de grond kwam een eind. Zomers ontdooide de bovenste lagen, waarna het ‘s-winters opnieuw bevroor. Dit ging jaar na jaar door, eeuw na eeuw. In die tijd gebeurde er iets bijzonders: de ontdooide bovenlaag werd door grote hoeveelheid bevroren grondwater omhoog geduwd, vele meters hoog, tot de grond scheurde en het ijs seizoen na seizoen de warme stralen van de zon voelde. Het permanent bevroren grondwater smolt in de decennia die volgden. Decennia werden eeuwen en uiteindelijk stortte de inmiddels holle heuvel in waarna er een cirkelvormig gat overbleef dat zich langzaam met water vulde (of al gevuld was). Daar bleef het niet bij, want het in de millennia die daarop volgde vulde het ven zich langzaam met veen, zodat het restant van deze bolvormige heuvel langzaam onherkenbaar en vergeten in het landschap opging.

De bolvormige heuvels die door dit verschijnsel ontstaan worden pingo genoemd (Inuktitut voor “kleine heuvel”) en kunnen tot maar liefst 90 meter hoog worden met een diameter van 2 kilometer. Het restant dat overblijft na het warmer worden van het klimaat is een pingoruïne, en bestaat uit een cirkelvormig meer of krater (bron: wikipedia).

Pingo’s vinden we niet in Nederland. Niet meer sinds de ijstijd in een ver en grijs (of beter gezegd; wit) verleden in verdwenen. Pingo’s vinden we tegenwoordig alleen in de toendra’s tussen 65° en 75° noorderbreedte. Maar er zijn in Nederland wel een aantal pingoruïnes te vinden; restanten uit de periode dat Nederland één grote toendra was, vlak na de ijstijd. Waarschijnlijk hebben de meeste natuurliefhebbers er onwetend al een of meerdere van deze restanten gezien. Je loopt er dan ook makkelijk langs af, mede doordat je er niet van bovenaf op kunt kijken om de cirkelvorm te zien. Vind je echter een hogere plek, dan is de cirkelvorm goed te herkennen, of misschien een deel daarvan. Een van die pingoruïnes is de vinden in het Leenderbos, en op een zonnige zondag nam ik mij voor om deze pingoruïne eens op te zoeken.

Leenderbos (EOS 5D mark IV + EF24-70L II @ 24mm | ISO125 | f/8 | 1/160 | Haida polarisatie filter)

Leenderbos waar ergens op een open plek een pingoruïne verborgen ligt (24mm | ISO125 | f/8 | 1/160)

 

Open stukken in het bos; veroorzaakt door boskap. Wie zijn ogen open houdt kan leuke dingen zien, zoals een overvliegende zwarte ooievaar (EOS 5D mark IV + EF24-70L II @ 31mm | ISO100 | f/8 | 1/125 | Haida polarisatie filter)

Open stukken in het bos; veroorzaakt door boskap. Wie zijn ogen open houdt kan leuke dingen zien, zoals een overvliegende zwarte ooievaar (31mm | ISO100 | f/8 | 1/125)

 

Wandelen door het bos en langs de open plekken die zijn ontstaan door het kappen van stukken bos was hier vreedzamer dan wat ik verwacht had. In dit deel is er nauwelijks geluid van de beschaving – behalve zo nu en dan van motorcrossers die zich waarschijnlijk niets van regels aantrokken – en hoorde ik alleen de wind en een enkele kreet van een roofvogel. Op het heetst van de dag hield alles zich hier rustig. Ik zag wel een enkele overvliegende zwarte ooievaar, wat op de foto slechts als een stipje aan de hemel verscheen omdat ik een camera met slechts één allround objectief bij me had. Ook wandelaars en fietser waren spaarzaam, misschien door de continu dreiging van regenbuien of de vlagen van stormachtige wind. Maar juist dit gaf de prachtige wolkenluchten waar Nederland natuurlijk zo bekend om is.

Een open plek, dè open plek waar ergens het ronde ven van de pingoruïne moest liggen (70mm | ISO125 | f/8 | 1/60)

Een open plek, dè open plek waar ergens het ronde ven van de pingoruïne moest liggen (70mm | ISO125 | f/8 | 1/60)

 

Nauwelijks zichtbaar, maar het ven kromt zich rond een centraal deel heen. Dit is het restant uit de ijstijd, alles wat er van de pingo is overgebleven (24mm | ISO320 | f/11 | 1/160)

Nauwelijks zichtbaar, maar het ven kromt zich rond een centraal deel heen. Dit is het restant uit de ijstijd, alles wat er van de pingo is overgebleven (24mm | ISO320 | f/11 | 1/160)

 

Als ik de pingoruïne dan eindelijk gevonden heb is het nauwelijks te zien dat het er is. Ik zie een ven, smal en enigszins gekromd. Het water is bedekt met waterlelie en die oever is vol gegroeid met pitrus en pijpestrootje. Een  cirkelvorm is alleen met voldoende fantasie te zien. Aan de overzijde ligt er gelukkig een bescheiden heuvel, wat een iets hoger standpunt oplevert. Eenmaal daar beland krijg ik een mooi zicht op een cirkelvormig ven dat zich rond een “eiland” heen loopt. Het ziet er kunstmatig uit, alsof een landschapsarchitect hier aan de slag is geweest. Maar dit ven, deze cirkelvorm is dus op een geheel natuurlijke manier ontstaan en het is heel bijzonder als je bedenkt dat dit een restant  is van iets wat misschien wel tienduizend jaar geleden is ontstaan. Het is oh zo makkelijk om hier langs te lopen zonder te weten dat dit een restant is uit de ijstijd, een stukje geschiedenis met een geheel eigen verhaal.

De pingoruïne, gezien vanaf een hoger standpunt, laat de karakteristieke cirkelvorm mooi zien. (panorama van 6 opnamen met 24mm | ISO160 | f/11 | 1/160)

De pingoruïne, gezien vanaf een hoger standpunt, laat de karakteristieke cirkelvorm mooi zien. (panorama van 6 opnamen met 24mm | ISO160 | f/11 | 1/160)

 

Later die dag ben ik nog even terug gegaan om een zonsondergang te fotograferen met de waterlelies in het ven als onderwerp. Ik wist dat de pingoruïne met een zonsondergang niet zo herkenbaar in beeld gebracht kan worden als in de panoramafoto, maar ik kan nog eens een keer terug komen op een vroege ochtend. De zonsondergang van deze zondag was trouwens niet echt spectaculair, maar het was wel een paar uur genieten van alle rust. Dat is ook heel wat waard.

Zonsondergang boven de pingoruïne, een heerlijk en rustig einde van de dag (12mm | ISO100 | f/16 | 1/6 met soft GND 0,9)

Zonsondergang boven de pingoruïne, een heerlijk en rustig einde van de dag (12mm | ISO100 | f/16 | 1/6 met soft GND 0,9)

 

De schemering laat haar mantel over het land vallen. Langzaam wordt het donker als de nacht haar opwachting maakt (12mm | ISO100 | f/16 | t=1/2 met soft GND 0,9)

De schemering laat haar mantel over het land vallen. Langzaam wordt het donker als de nacht haar opwachting maakt (12mm | ISO100 | f/16 | t=1/2 met soft GND 0,9)

 


Gebruikte apparatuur

Overdags

‘s-Avonds

 

 

2 Thoughts on “Een pingoruïne

  1. J.Joosten on 01/08/2017 at 5:52 am said:

    Weer prachtig vastgelegd en nog beter uitgelegd.

  2. Dennis on 01/08/2017 at 7:31 am said:

    prachtig weer

Een (korte) reactie over wat je ervan vindt wordt op prijs gesteld :)

Post Navigation

%d bloggers like this: