nandoonline

Lange sluitertijden zonder grijsfilter

Bij het fotograferen als het donker wordt moet ervoor gezorgd worden dat er meer licht in de camera terecht komt. De camera zal dit natuurlijk zelf regelen dankzij de belichtingsmeter. Behalve als er in manual gefotografeerd wordt. Dan zullen we zelf een grotere lensopening moeten kiezen, of een sluitertijd die langer is (we negeren even de mogelijkheid van het verhogen van de ISO. In mijn artikel over de belichtingsdriehoek komt het instellen van de belichting en gebruik van de belichtingsautomaat uitgebreid aan bod.

Er zijn soms ook momenten dat we juist bewust een langere sluitertijd willen gebruiken. Ook wanneer het eigenlijk niet kan omdat er teveel licht is.

De sluitertijden van een camera, van 1/8000 tot 1 seconde. Hoe donkerder, hoe langer de sluitertijd moet worden voor een goed belichte foto

De sluitertijden van een camera, van 1/8000 tot 1 seconde. Hoe donkerder, hoe langer de sluitertijd moet worden voor een goed belichte foto (als je het diafragma en de ISO gelijk houdt, natuurlijk)

Bij lange belichtingstijden moeten we de camera op statief zetten om te voorkomen dat er bewegingsonscherpte ontstaat. Door een lange sluitertijd zal een bewegend onderwerp echter niet scherp in beeld komen; je hebt in dat geval dus toch nog bewegingsonscherpte. Hoewel dit niet altijd gewenst is, kunnen we er ook bewust gebruik van maken. Het meest bekende voorbeeld van deze gewenste bewegingsonscherpte is het fotograferen van stromend water. Door met opzet een lange sluitertijd te kiezen kunnen we waterstroming laten zien. Maar ook wolken of wuivend gras kunnen we zo in beeld brengen.

Stromend water, zichtbaar gemaakt door een lange belichtingstijd te kiezen. (Fujifilm X-Pro 2 + XF10-24mm @24mm; ISO200; f/16; t=0,5sec)

Stromend water, zichtbaar gemaakt door een lange belichtingstijd te kiezen. (Fujifilm X-Pro 2 + XF10-24mm @24mm; ISO200; f/16; t=0,5sec)

Om een lange sluitertijd te gebruiken zonder dat er een overbelichte foto ontstaat kunnen we een paar dingen doen: de ISO lager zetten, het diafragma ver dicht draaien, of wachten tot het donker(der) wordt. In de eerste twee gevallen (ISO en diafragma) zullen we tegen een grens aan lopen. Verder dan laag kan de ISO niet en verder dan helemaal dicht kan het diafragma niet. Op dat moment kun je de sluitertijd niet langer verlengen omdat er dan overbelichting ontstaat.

Wachten tot het donker is een oplossing maar niet altijd mogelijk of wenselijk. Bovendien kan het wachten op het donker betekenen dat er maar een hele korte tijd de belichtingen gemaakt kunnen worden die je wilt hebben. Want voor je het weet is het tè donker. Uiteraard is er een hele goede oplossing voor het fotograferen met lange sluitertijden tijdens (helder) daglicht; de grijsfilters.

Lange sluitertijden gebruiken met behulp van een extreem grijsfilter (EOS 5D3 + EF70-200 @ 110mm; ISO100; f/11; t=60sec; Lee Big Stopper)

Lange sluitertijden gebruiken met behulp van een extreem grijsfilter (EOS 5D3 + EF70-200 @ 110mm; ISO100; f/11; t=60sec; Lee Big Stopper)

Grijsfilters houden licht tegen. Hierdoor kunnen we langer belichten zonder dat we een overbelichte foto krijgen. Er zijn grijsfilters in allerlei sterktes, van 1 stop tot maar liefst 15 stop. De bekendste is waarschijnlijk de Big Stopper van de fabrikant Lee die 10 stop licht tegenhoudt. Dit betekent dat je maar liefst 1000x zo lang moet belichten. Een van de grootste struikelblokken met deze (extreme) grijsfilters is vaak de prijs. Ze zijn duur. Te duur om er een te kopen voor een enkele keer te gebruiken.

Er is een manier om toch het effect van een lange sluitertijd te imiteren zonder gebruik te maken van een extreem grijsfilter, of – wat net zo belangrijk is – zonder te wachten tot het donker is. Het enige wat je nodig hebt is heel erg veel foto’s en een programma zoals Photoshop.

Lange sluitertijd zonder filter: de voorbereiding

Het principe van het imiteren van een lange sluitertijd is ongeveer hetzelfde als het maken van de foto’s voor de welbekende sterrensporen. Je maakt een opeenvolgende serie van meerdere opnamen met een korte belichtingstijd die vervolgens samengevoegd worden tot één enkel beeld. Daarmee wordt een belichtingstijd geïmiteerd die overeenkomt met de totale belichtingstijd van alle foto’s bij elkaar opgeteld. Om dat in getallen uit te drukken: maak je 60 foto’s met een belichtingstijd van 0,5 seconden per foto, dan levert dat een samengestelde foto op die overeenkomt met 30 seconden belichtingstijd (60 x 0,5 sec).

Hoe je te werk gaat is vrijwel hetzelfde als hoe je dat met een grijsfilter zou doen. Natuurlijk gebruik je een statief dat stevig genoeg is om de camera onwrikbaar in dezelfde positie te houden. En een draadontspanner die – bij voorkeur – te vergrendelen is.

  1. compositie bepalen
  2. camera op statief zetten
  3. gebruik naar wens diafragmavoorkeuze of manual
  4. zet het diafragma zo ver mogelijk, of zo ver als gewenst, dicht
  5. zorg voor Exposure to the Right (EttR) om een zo lang mogelijke belichtingstijd te krijgen
  6. zet de camera op serie opnamen
  7. stel scherp met AF en schakel de AF vervolgens uit, of stel handmatig scherp
  8. maar zoveel foto’s als gewenst met de draadontspanner – vergrendel deze voor het gemak

Bezit de camera een timelapse functie, dan kun je die natuurlijk ook gebruiken. Het voordeel daarvan is de mogelijkheid om het aantal foto’s te programmeren.

De reden waarom je het beste Exposure to the Right (EttR) kunt gebruiken is, dat je daarmee de sluitertijd zo lang mogelijk maakt zonder dat je overbelichting krijgt. Dit kan het aantal benodigde foto’s verminderen. In de nabewerking kun je vervolgens de helderheid makkelijk 1 tot 2 stops terug dringen als dat nodig is. Gebruik je histogram om de juiste belichtingstijd te vinden. Maak je een serie foto’s in de schemering, waarbij de belichtingstijd vanzelf al tegen een seconde (of langer) aan loopt, dan is dit minder van belang. Laat je hierbij leiden door de lichtsituatie.

In deze lichtsituatie leverde f/10 en ISO100 een belichtingstijd op van 1/6 seconde. Exposure to the Right is dan niet echt nodig om een fictieve lange sluitertijd te creëren. Tien foto's leveren al 6 seconde op, Twintig foto's 12 seconde, enzovoort.

In deze lichtsituatie leverde f/10 en ISO100 een belichtingstijd op van 1/6 seconde. Exposure to the Right is dan niet echt nodig om een fictieve lange sluitertijd te creëren. Tien foto’s leveren al 6 seconde op, Twintig foto’s 12 seconde, enzovoort. Dit is overigs een enkele opname.

 

Bewerken van de foto’s

Heb je eenmaal een serie foto’s, dan moet je elke foto exact dezelfde bewerking geven. In Lightroom is dat heel eenvoudig. Kiest de eerste foto van de reeks, bewerk die naar wens, en kopieer de bewerking naar alle andere foto’s uit de reeks.

Bewerk in een programma zoals bijvoorbeeld Lightroom de eerste foto in de serie opnamen naar smaak.

Bewerk in een programma zoals bijvoorbeeld Lightroom de eerste foto in de serie opnamen naar smaak.

 

Kopieer de bewerking naar alle andere foto's die samengevoegd moeten worden.

Kopieer de bewerking naar alle andere foto’s die samengevoegd moeten worden door middel van de optie [Sync Settings]

Vervolgens is het nodig om alle foto’s te openen in Photoshop. Hiervoor heeft Lightroom een optie om de geselecteerde bestanden direct als layers in Photoshop te openen. Dit scheelt een hoop werk. Hoe lang het openen van alle bestanden duurt hangt helemaal af van de hoeveelheid beelden die je hebt, en de natuurlijk de snelheid van de computer.

Selecteer in Lightroom alle foto's die samengevoegd moeten worden. Kies dan de optie om al deze foto's als Layers in Photoshop te open. Let erop dat dit proces lang kan duren, zeker als er heel erg veel opnamen zijn.

Selecteer in Lightroom alle foto’s die samengevoegd moeten worden. Kies dan de optie om al deze foto’s als Layers in Photoshop te open. Let erop dat dit proces lang kan duren, zeker als er heel erg veel opnamen zijn.

 

Zijn alle foto’s eenmaal in Photoshop als layer geopend, dan zijn er ruwweg twee manieren om de foto’s samen te voegen teneinde een imitatie te krijgen van een lange sluitertijd. De eerste methode is exact dezelfde methode als het creëren van sterrensporen, de andere maakt gebruik van een Smart Object. Het is echter niet zo dat beiden methoden exact hetzelfde resultaat opleveren.

Samenvoegen van lagen met de blending optie Lighten

De eerste methode is het samenvoegen door de foto’s allemaal – op de eerste na – de blending optie [Lighten] te geven. Hiermee zullen uitsluitende de pixels zichtbaar worden die lichter zijn dan die eerste, ongewijzigde foto. Voeg tot slot alle lagen samen tot één enkele laag en bewerk deze dan verder naar wens.

Selecteer alle lagen behalve de eerst. Dit kan door de ena-laagste laag te selecteren, en vervolgens de bovenste laag terwijl de [cntl] toets ingedrukt gehouden wordt.

Selecteer alle lagen behalve de eerste. Dit kan door de een-na-laagste laag te selecteren, en vervolgens de bovenste laag terwijl de [cntl] toets ingedrukt gehouden wordt.

Alles alle lagen geselecteerd zijn (behalve de eerste, onderste laag), kies dan de overvloei modus van

Alles alle lagen geselecteerd zijn (behalve de eerste, onderste laag), kies dan de overvloei modus van [Lichter]. In het Engels heet dit de blending option [Lighter]

Eindresultaat van 31 foto, met elk 1/6 seconde sluitertijd, samengevoegd via de methode lighten.

Eindresultaat van 31 foto, met elk 1/6 seconde sluitertijd, samengevoegd via de methode lighten (31 x 1/6 sec = 5, 167 seconden)

 

Samenvoegen van de lagen via een Smart Object

Een andere methode vereist dat alle lagen geselecteerd worden, inclusief de onderste laag. Maak van al deze lagen een Smart Object. Let op dat dit enige tijd kan duren, zeker wanneer er heel veel lagen zijn. Kies vervolgens in het menu [Layer] [Smart Object] de optie [Stack Mode]. Daar zijn verschillende opties om de lagen in het Smart-Object samen te voegen. Kies hieruit de optie [Median] of [Mean]. Deze twee geven een iets ander resultaat. Welke het beste eruit gaat zien is een kwestie van uitproberen.

Kies alle lagen die samengevoegd moeten worden en maak hier een Smart Object van.

Kies alle lagen die samengevoegd moeten worden en maak hier een Smart Object van.

 

Eenmaal een Smart Object, dan kunnen alle lagen in dat object gemiddeld worden. Dit heet (in het Engels) median. Deze bewerking kan wat langer duren dan je gewend bent.

Eenmaal een Smart Object, dan kunnen alle lagen in dat object samengevoegd worden. Dit heet stacken en kan op verschillende manieren. Een van de manieren is de Stack Mode [Median]. Het is echter ook mogelijk om de optie [Mean] te kiezen, die soms betere resultaten op levert. Let erop dat deze stapelmethodes wat tijd in beslag kunnen nemen, afhankelijk van de hoeveelheid foto’s.

Het samenvoegen van de 31 foto's via de Smart-Object methode. Hier is gekozen voor de stacking mode [Median]

Het samenvoegen van de 31 foto’s via de Smart-Object methode. Hier is gekozen voor de stacking mode [Median]

Het samenvoegen van de 31 foto's via de Smart-Object methode. Hier is gekozen voor de stacking mode [Mean]

Het samenvoegen van de 31 foto’s via de Smart-Object methode. Hier is gekozen voor de stacking mode [Mean]. Het water is iets egaler als met de andere stacking mode

Het verschil

Je zult via de methodes die hier beschreven zijn nooit exact een echte lange sluitertijd imiteren; je kunt het alleen benaderen. De verschillende manieren van samenvoegen leveren ook verschillende foto’s op. Voor het voorbeeld heb ik 31 foto’s van 1/6 seconde gemaakt. De totale sluitertijd die hiermee gesimuleerd wordt is 31 x 1/6 =  5  1/6 seconde (5,1667). Hieronder staan de drie foto’s naast elkaar om een goed idee te krijgen wat het verschil is. Bovendien heb ik een echte lange sluitertijd foto erbij gevoegd, hoewel dit vergelijk niet helemaal eerlijk is. Om met foto’s van 1/6 sec een belichting van 2 minuten te imiteren is het nodig om er 720 te maken.

De verschillen op een rij. Het vergelijk met de foto met filter is niet helemaal eerlijk aangezien deze 2 minuten belicht is. Er zouden echter 720 foto's nodig zijn om deze 2 minuten te kunnen immiteren

De verschillen op een rij. Het vergelijk met de foto met filter is niet helemaal eerlijk aangezien deze 2 minuten belicht is. Er zouden echter 720 foto’s nodig zijn om deze 2 minuten te kunnen immiteren.

Een aandachtspunt

Tijdens een zonnige dag, rond het middaguur, is er zoveel licht aanwezig dat bij f/16 en ISO100 een sluitertijd van 1/100 seconde nodig is voor een goed belichte foto (de f/16 regel). In dat geval zullen er heel veel foto’s gemaakt moeten worden om langere belichtingstijden te simuleren. Om een belichtingstijd van 1 seconde te imiteren zullen er dan al 100 foto’s gemaakt moeten worden. Voor 2 seconden maar liefst 200 foto’s. Kijk maar eens naar de onderstaande foto die ‘s-middags gemaakt is op een zonnige dag. Met de instellingen die daarvoor gebruikt zijn leveren 100 foto’s een fictieve belichtingstijd van 0,4 seconden op.

Maak 100 van dit soort foto's met een belichtingstijd van 1/250sec (bij f/8 en ISO100) en voeg ze samen om een foto te krijgen die hetzelfde is als 0,4 sec (100x 1/250)

Maak 100 van dit soort foto’s met een belichtingstijd van 1/250sec (bij f/8 en ISO100) en voeg ze samen om een foto te krijgen die hetzelfde is als 0,4 sec (100x 1/250)

Bij deze foto, in deze lichtomstandigheden. zijn er misschien 3 tot 4 stops te winnen door het diafragma naar f/16 of f/22 dicht te draaien, en eventueel de ISO 1 stop omlaag te zetten mits je camera die mogelijkheid heeft. Met 100 foto’s imiteer je dan een sluitertijd van 6,4 seconden.

Ga je aan de slag met deze manier van fotograferen, zonder grijsfilters, dan kun je het beste in de schemering of tijdens donkere dagen aan de slag gaat. Ga je echter vaak gebruik maken van lange sluitertijden, dan is een grijsfilter veel prettiger te gebruiken dan het samenvoegen van heel veel foto’s.

Teveel foto’s

Het kan zijn dat je teveel foto’s hebt om in een keer in Photoshop te openen. Zeker wanneer je computer niet de snelste is, of je bestanden hebt die erg groot zijn. In dat geval is het ook mogelijk om het stapelen van layers met de optie [Lighten] groepsgewijs te doen, of via een Action die na het stapelen en blenden de lagen samenvoegt. Heb je geen Photoshop ter beschikking, probeer het dan met een programma als startrail.de of StarStax, die eigenlijk bestemd zijn voor sterrensporen maar ook hiervoor gebruik kunnen worden. Kijk in mijn tutorial voor het maken van sterrensporen voor de details hierover.

In totaal 37 foto's samengevoegd via de Smart-Object-Mean methode. Belichtingstijd per foto: ISO50, f/22, t=1/13sec. Totale gesimuleerde belichtingstijd: 37 x 1/13 = 2,84 sec

In totaal 37 foto’s samengevoegd via de Smart-Object-Mean methode. Belichtingstijd per foto: ISO50, f/22, t=1/13sec. Totale gesimuleerde belichtingstijd: 37 x 1/13 = 2,84 sec Voorbij lopende mensen komen op deze manier niet in beeld.

 

In totaal 63 foto's samengevoegd via de Smart-Object-Mean methode. Belichtingstijd per foto: ISO50, f/22, t=1/13sec. Totale gesimuleerde belichtingstijd: 63 x 1/13 = 4,84 sec

In totaal 63 foto’s samengevoegd via de Smart-Object-Mean methode. Belichtingstijd per foto: ISO50, f/22, t=1/13sec. Totale gesimuleerde belichtingstijd: 63 x 1/13 = 4,84 sec

Een (korte) reactie over wat je ervan vindt wordt op prijs gesteld :)

Post Navigation

%d bloggers like this: