In deel 1 heb ik een poging gewaagd om te laten zien wat het verschil in beeldhoek is tussen groothoek- en telelenzen. Daarbij heb ik me beperkt tot de vergroting die met de verschillende brandpunten behaald kunnen worden, al dan niet in combinatie met de verschillende cropfactoren van de camerasensoren, wanneer de afstand tot het onderwerp niet verandert. Hieruit zou het mogelijk moeten zijn om een goede keuze te maken van de gewenste brandpuntsafstand, naar gelang het doel.
Er is ook uit af te leiden wanneer er bewust voor een camera met cropfactor gekozen kan worden, of juist niet. Immers, de fotograaf die lange telelenzen wil gebruiken kan winst halen uit een cropfactor, terwijl de fotograaf van interieurs en landschappen misschien beter af is met een kleine cropfactor, of zelfs full frame.
Maar er is meer dan alleen vergrotingsfactoren die kenmerkend zijn voor hoe een onderwerp op de foto zal verschijnen. Ook die kenmerken, welke ik in dit stukje aan bod wil laten komen, kunnen bepalend zijn voor de keuze van een brandpuntsafstand. Het gaat hier dan om de comprimerende effecten van telelenzen, en decomprimerende, en vervormings effecten van (ultra)groothoek. Natuurlijk spelen deze effecten vaak geen rol bij de aanschaf van een objectief, maar ze kunnen misschien inspiratie geven bij het gebruik tijdens het fotograferen.
Voor alle duidelijkheid: in deel 1 is de afstand tot het onderwerp bij elke brandpuntsafstand gelijk gebleven waarbij het onderwerp met toenemende brandpuntsafstand vergroot werd. In dit deel is het onderwerp bij elke brandpuntsafstand even groot op de foto gezet, waarbij ik de afstand met toenemende brandpuntsafstand heb moeten vergroten.
De toepassingen van de verschillende soorten brandpuntsafstanden heb ik reeds in deel 1 laten zien. Die toepassingen waren aan de hand van de vergrotingsfactor. Hier kunnen echter ook de kenmerkende beeldvorming van de soorten objectieven aan gekoppeld worden.
De onderstaande tabel is overgenomen uit deel 1, met als toevoeging de kenmerkende effecten van deze objectieven.
| soort objectief | brandpuntsafstand | toepassing (voorbeelden) | opvallende kenmerken |
|---|---|---|---|
| Tabel 1: brandpunten en soorten objectieven op een rij, waarbij de brandpuntsafstand gebasseerd is op full-frame. | |||
| fisheye | << 15mm | speciale effecten, landschappen | extreme beeldvervorming extreem uitgetrokken afstanden extreme perspectief vertekening |
| ultragroothoek | 15mm - 24mm | landschap, interieur | uitgetrokken afstanden sterke beeldvervorming perspectiefvertekening |
| groothoek | 28mm - 35mm | binnenshuis, landschap | ruimtelijk effect, onopvallende beeldvervorming onopvallende perspectiefvertekening |
| standaard | 35mm - 60mm | binnenshuis, landschap | nauwelijks beeldvervorming nauwelijk perspectiefvertekening reële afstanden |
| portret | 60mm - 135mm | portret, landschap | geen beeldvervorming geen perspectiefvervorming ingedrukte afstanden |
| tele | 135mm - 300mm | dierfotografie (wild), sport | beeld in perspectief ingedrukte afstanden isolatie uit de achtergrond |
| supertele | >> 300mm | dierfotografie (vogels) | beeld in perspectief extreem ingedrukte afstand extreme isolatie uit de achtergrond |
Ik heb me in de tabel beperkt tot de punten waar ik hier in dit deel aandacht in wil besteden. Een ander belangrijk aspect is de scherptediepte, beter bekend met de populaire naam DOF (Depth Of Field). Dit zal ik kort en oppervlakkig aan bod laten komen, maar niet meer dan dat. Over scherptediepte kan namelijk een hele tutorial gewijdt worden.
De apparatuur in dit vervolg is afwijkend van die in deel 1. In plaats van de 1,6 cropfactor is nu van een camera gebruik gemaakt die een 1,3 cropfactor heeft. Dit niet van wezelijk belang omdat de cropfactor geen invloed heeft op wat ik wil laten zien.
In deel 1 is de afstand tot het onderwerp constant gehouden, waarbij de effecten die hier aan bod komen niet van toepassing zijn. In dit deel heb ik geprobeerd om het onderwerp op elke foto even groot in beeld te houden, ongeacht de brandpuntsafstand. Hierdoor heb ik de afstand tot het onderwerp moeten variëren: van veraf voor de telelens, tot dichtbij voor de groothoek.
Hierin zit dan ook het grote verschil met het vergelijk in deel 1.
De instellingen van de camera zijn in dit vergelijk vrij onbelangrijk, afgezien van misschien het diafragma. Daarom heb ik de camera op diafragmavoorkeuze gebruikt, met een vast diafragma en ISO waarde.
De uitgangspositie in dit vergelijk van de brandpunten, is het onderwerp in dezelfde grootte op het beeld te krijgen door de afstand tot het onderwerp te veranderen. Dit heeft als consequentie dat er bij groothoek een opname van dichtbij gemaakt moet worden (figuur 4). Bij een telelens moet meer afstand genomen worden vanwege het vergrotende karakter van deze lenzen. Door het onderwerp in dezelfde grootte te houden kan de vergrotingsfactor die we in deel 1 gezien hebben, voor het onderwerp verwaarloosd worden: het onderwerp staat overal even groot op. Wat we dan gaan zien zijn de karakteristieke effecten van de verschillende brandpuntsafstanden.
Dit alles kan het beste in beeld weerggeven worden.
Alle foto's linken naar de originele foto's. Om een goed vergelijk te kunnen maken kunnen de gewenste foto's gedownload worden en uitgeprint. Zodoende kunnen ze goed naast elkaar gelegd worden.
Aan de hand van de bovenstaande foto's ga ik proberen in eenvoudige woorden de typische kenmerken en verschillen uit te leggen. Als nulwaarde neem ik wederom de 50mm brandpuntsafstand (bij full frame) die, zoals in deel 1 te zien is, qua vergrotingsfactor overeenkomt met die van het menselijk oog.
Als eerste bekijken we de afstand tussen het paaltje en het verkeersbord dat daarachter staat.
Opvallend is dat bij groothoek het verkeersbord ergens ver daarachter staat. De afstand tussen de twee onderwerpen is ogenschijnlijk erg groot. Naarmate de brandpuntsafstand groter wordt, wordt de afstand tussen de twee onderwerpen kleiner. Bij 400mm lijkt het paaltje bijna vlak voor het verkeersbord te staan.
Het tweede opvallende verschil tussen de brandpunten is de onderlinge verhouding in grootte van het paaltje en het verkeersbord. Bij groothoek zien we een verkeersbord, dat vele malen kleiner is dan het paaltje. Met een toenemende brandpuntsafstand wordt deze verhouding anders tot uiteindelijk bij 400mm de onderlinge verhouding dichter bij de realiteit is gekomen.
Een laatste opvallende kenmerk is de vertekening die optreedt wanneer de brandpuntsafstand afneemt. Zoals in de fotoserie te zien is, veranderd de vorm van het paaltje naarmate we bij de (ultra)groothoek komen. Bij een fisheye is de vertekening zelfs extreem te noemen.
Ik probeer de effecten die ik hierboven heb aangeduid proberen te verklaren, in eenvoudige bewoordingen. Geen ingewikkelde formules, of afgeleiden om het te bewijzen, maar zo opgeschreven dat het begrijpelijk wordt. Ten minste, dat hoop ik.
Om de effecten te verklaren verwijs ik naar afbeelding 4. Zoals te zien is, heeft de groothoek een enorme beeldhoek. Dit is mogelijk doordat groothoek een verkleinende werking heeft (zie deel 1): op die manier past er veel op de foto. Om het onderwerp even groot op de foto te krijgen als bij andere brandpuntsafstanden moet de afstand tot het onderwerp klein worden: je staat er met de neus bovenop. Zoals in figuur 4 te zien is, zal het verkeersbord op de achtergrond slechts een klein deel van het beeldveld in beslag nemen, en daarom er klein op staan (= de onderlinge verhouding is vertekend).
In andere bewoordingen:
als we de afstand tot het onderwerp zo kiezen, dat de vergroting daarvan 1 is, zal bij groothoeklenzen de achtergrond een vergroting van kleiner dan 1 hebben, en dus verkleind worden.
Doordat deze onderlinge verhouding vertekend is, en de achtergrond verkleind is ten opzichte van de voorgrond, ervaren we dit als ruimtelijk; het decomprimerende effect, de afstand lijkt uit elkaar getrokken.
De vertekening wordt veroorzaakt door dit decomprimerende effect. Doordat we zo dicht op het onderwerp staan, zal het verschil in afstand van de lens tot het midden van het paaltje, en de afstand van de lens tot de top van het paaltje, verhoudingsgewijs groot zijn. Aangezien afstanden uit elkaar getrokken worden, zal het paaltje vervormd worden.
Als de foto's met de telelens genomen bekeken worden, zien we het tegenovergestelde effect. Doordat de beeldhoek klein is, moeten we een grotere afstand nemen om het paaltje in dezelfde grootte op de foto te krijgen (zie figuur 4). Met die kleine beeldhoek wordt er dus ook maar een klein deel van de achtergrond in de foto meegenomen: de achtergrond lijkt dus vergroot.
In andere bewoordingen:
als we de afstand tot het onderwerp zo kiezen, dat de vergroting daarvan 1 is, zal bij telelenzen de achtergrond een vergroting van groter dan 1 hebben, en dus vergroot worden
De onderlinge verhouding van het paaltje en het verkeersbord komt dichter bij de werkelijkheid. Doordat objecten in de achtergrond vergroot worden, ervaren we dit als een comprimerend effect: de afstanden worden ineengedrukt.
Van vertekening is bij telelenzen vrijwel geen sprake. De afstand van de lens tot het midden van het onderwerp, en tot de bovenkant van het onderwerp, heeft wellsiwaar altijd een verschil, maar naarmate we verder van het onderwerp af kunnen staan, zal dat verschil uiteindelijk verwaarloosbaar worden.
Aangezien dit een verhaal apart is wil ik de scherptediepte slechts heel kort aankaarten.
We weten (bijna) allemaal dat de scherptediepte afneemt bij een grotere brandpuntsafstand. Hoe en wat dit precies betekent is vaak een punt van discussie. Termen zoals circle of confusion (CoC) brengen daarbij letterlijk verwarring met zich mee. Ik heb daar lang over nagedacht en veel over gelezen. Aan de hand van de bovenstaande foto's, die allemaal met diafragma f/8 zijn gemaakt, durf ik het volgende zeggen: de onscherpte van de achtergrond is in alle foto's, bij alle brandpuntafstanden gelijk!
Maar... omdat bij de groothoek alle achtergrond verkleind in de foto weergegeven wordt, lijkt dit voor ons oog scherper te zijn dan bij tele. De onscherpte is nauwelijks zichtbaar. Dit heeft alles te maken met de grootte van de pixels op de beeldsensor, en het oplossend vermogen van ons oog. Bij een telelens, die zoals we gezien hebben de achtergrond vergroot, zal ook de onscherpte vergroot op de foto verschijnen waardoor die overduidelijk wordt. We ervaren dit dan als onscherper. Hoe dit precies in zijn werking gaat, is stof voor een (nieuwe) informatieve tutorial.
Bij het fotograferen van een onderwerp kunnen de effecten van de scherptediepte een overweging zijn voor het kiezen van een brandpuntsafstand. Daarover hoop ik binnenkort iets dieper op in te gaan (een deel 3?).
Met deze uitleg hoop ik enig inzicht te hebben gegeven in de keuze voor het fotograferen met groothoek of met tele. Het is duidelijk dat met beide soorten lenzen een onderwerp vergelijkbaar op de foto gezet kan worden, als er maar voldoende ruimte beschikbaar is. Met een bewuste keuze voor groothoek of tele kan een gewenst effect gecreëerd worden, zoals in figuur 19 duidelijk naar voren komt (met groothoek was het booreiland nauwelijks zichtbaar geweest).
Het voorbeeld van figuur 19 laat tegelijkertijd ook zien dat er voor een bepaald onderwerp geen keuze is: wadvogels zullen vrijwel nooit met een groothoek gefotografeerd kunnen worden. Met andere woorden, deze keuze van groothoek of tele is niet altijd mogelijk.
Maar als er de mogelijkheid bestaat om een keuze te maken, denk dan aan het gewenste effect of gevoel een foto moet hebben, en stem daar de lenskeuze op af.
© nandOOnline webdesign en fotografie