Het fenomeen concert fotografie heeft met de komst van digitale fotografie een enorme vogelvlucht gemaakt. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig een digitale camera, al dan niet ingebouwd in de telefoon. Omdat er geen beperkingen of kosten mee verbonden zitten, is de regel 'nooit geschoten is altijd mis' alleen maar toepasselijker geworden. Ik zie de laatste jaren dat bij concerten een groot leger fotografen deel uitmaakt van het publiek, en degenen die niet als fotograaf aanwezig zijn, schieten plaatjes of filmen het optreden met compact camera's of telefoons. Af en toe denk ik zelfs dat er veel fotografen niet meer voor de muziek aanwezig zijn, maar voor de 'concertfoto's'.
Concertfotografie is met de komst van de digitale camera relatief eenvoudig geworden. Dit is voornamelijk te danken aan de variabele gevoeligheidsinstelling. Moest met vijftien jaar geleden nog kiezen tussen een ISO400 of ISO1000 fotorolletje (toen heette het nog 400 ASA / 21 DIN), waar dan het hele concert met gefotografeerd moest worden, zo kan nu in principe elke foto een eigen ISO instelling krijgen. Sterker nog, de moderne camera's verkrijgen nog een acceptabele kwaliteit bij de astronomisch hoge ISO waarden zoals 6400 of zelfs 25600. Dit bestond destijds in het analoge tijdperk niet eens. Deze ontwikkeling, samen met de lichtgevoelige standaardlenzen die op een cropcamera perfecte portretlenzen worden, zijn in licht omstandigheden te fotograferen die vroeger voor onmogelijk gehouden werden.
Met al deze positieve ontwikkelingen blijft concertfotografie een vak apart. Het licht is nooit hetzelfde en je moet vaak werken tussen dansende of duwende mensen. Tegenlicht, felle spots, rook, rood licht, blauw licht, te weinig licht, snelle bewegingen, stoten, geen vrij zicht, microfoons, slagschaduwen... allemaal dingen die moeilijk en frustrerend kunnen zijn, maar tegelijkertijd enorm uitdagend kunnen zijn.
Er is geen eenduidig goede manier te noemen om in deze wisselende omstandigheden te fotografen. Ik kan alleen uitleggen hoe ik tot mijn resultaten kom. Het zijn dan ook geen regels of garanties tot goede resultaten. Het zijn meer richtlijnen. Ik ga ook niets vertellen over het verkrijgen van toestemming of accreditaties of dat soort dingen. Dat valt helemaal buiten het doel van dit artikel.
Uiteindelijk zal de concertfotograaf zijn eigen werkmethode moeten ontwikkelen die voor hem of haar het prettigste is. Hopelijk kan dit artikel dan een handvat zijn.
Omdat ik Canon als merk gebruik, zullen eventuele instellingen of lenzen specifiek van en voor Canon genoemd worden. Andere merken zullen hun eigen variant daarvan hebben. Het is dus niet zo dat ik daarmee het ene merk beter dan het andere beschouw.
Hoewel niet verschrikkelijk belangrijk, kan de keuze van apparatuur toch bepalende zijn voor het resultaat. Omdat er vaak hoge ISO instellingen noodzakelijk zijn, is het ruisniveau van de camera misschien wel het belangrijkste kriterium waar op gelet moet worden. Over het algemeen geldt dat hoe groter de sensor van de camera, hoe lager het ruisniveau. Met die gedachte in het achterhoofd kan men stellen dat compact camera's en de zogenaamde 'bridge' camera's vanwege hun kleine sensoren afvallen. Dat betekent natuurlijk niet dat ze niet te gebruiken zijn, maar over het algemeen wordt het ruisniveau vanaf ISO400 erg hoog tot onbruikbaar. Het lijkt erop dat dit soort camera's in de nabije toekomst steeds vaker met grotere sensoren uitgerust gaan worden, waarmee de mogelijkheden bij concerten vergroot worden.
Voor acceptabele ruisniveau's bij hoge gevoeligheden is men over het algemeen aangewezen op de digitale spiegelreflex camera's (dSLR)s. Maar zelfs daar zijn enorme verschillen in te vinden. Op het moment dat ik dit schrijf zijn de D80, D300 en D3 van Nikon, en de 40D, 5D en 1D van Canon populaire toestellen die uitblinken in het (extreem) lage ruisniveau. Opvolgers van deze toestellen staan op het punt van uitkomen, waarbij de ruisniveau's zeker niet onder zullen doen of zelfs nog beter gaan worden. Ik zie weinig camera's van Fuji, Sony en Pentax in deze tak van fotografie, maar ze kunnen natuurlijk ook (goed) gebruikt worden. Aangezien de ontwikkeling van digitale camera's ontzettend snel gaat, zullen wellicht ook deze merken steeds meer in trek komen. Hoe het op dit moment met deze merken zit qua ruisniveau's, weet ik niet.
Hoewel er veel uitspraken over gedaan worden, is het mijn inziens onmogelijk aan te geven welke merk of type camera het beste is of meest geschikt. Indien er een keuze gemaakt moet worden, ga er dan maar vanuit dat ze allemaal goede resultaten afleveren en dat de camera die het prettigste in de hand ligt en het fijnste te bedienen is de geschikte camera is. Laat dat het kriterium zijn, want slechte dSLR camera's zijn er vrijwel niet meer.
Ik heb destijds gekozen voor de Canon EOS 20D, gebasseerd op de kriteria die hierboven zijn vermeld. Momenteel heeft deze 20D plaats gemaakt voor de Canon EOS 1DmkIII.
Een belangrijk aspect zijn de lenzen. Deze komen in soorten en maten, van allerlei merken en prijzen. Hier kan de kreet 'door de bomen het bos niet meer zien' goed van toepassing zijn, maar in feite hoeft het niet zo moeilijk te zijn. Er is uiteindelijk maar één belangrijk aspect: lichtgevoeligheid.
Ik ga even terug naar de compact- en bridgecamera's. De kleine sensor geeft hogere ruisniveau's, vertelde ik eerder al. Deze camera's hebben welliswaar enorme zoombereiken (of kunnen hebben), maar deze kleine compacte lenzen zijn alles behalve lichtgevoelig. Het weinige licht bij concerten verreist ook daarom een hogere ISO instelling.
Lichtgevoeligheid wordt uitgedrukt in een diafragma getal: f/1,4 - f/1,8 - f/2,8 - f/4 - f/5,6 - f/8 - f/11 - f/22. Hierbij is 1,4 het meest lichtgevoelig en 22 het minst. Een eenvoudig ezelsbruggetje is, het getal staat voor de hoeveelheid licht dat tegengehouden wordt: bij 1,4 weinig, en bij 22 veel. Hoeveel dit precies is, en hoe dit precies bepaald wordt, is in dit geval even niet belangrijk. Laat het duidelijk zijn dat een 50mm f 1,4 meer licht doorlaat dan een 50mm f/2,8.
Hoeveel meer is dat dan?
Diafragma f/1,4 laat twee keer zoveel licht door als f/1,8. Diafragma f/1,8 laat ook twee keer zoveel licht door als f/2,8. Dit worden (licht)stops genoemd; vraag me niet waarom. Met andere woorden, elke waarde verschilt 1 stop met de volgende of vorige. Met dit in het achterhoofd mag het duidelijk zijn dat met een EF50mm f/1,4 onder veel donkerdere omstandigheden gefotografeerd kan worden dan bijvoorbeeld een EF24-105mm f/4L. Dit scheelt namelijk 3x zoveel licht, ofwel 3 stops (f/1,4 -› f/1,8 -› f/2,8 -› f/4,0).
In dit voorbeeld noemde ik al een 50mm (vast brandpunt) en een 24-105mm (zoom). De keuze tussen vaste brandpunt of zoom is een persoonlijke keuze. Elk heeft zo zijn voordelen en nadelen.
| zoomlenzen | vaste brandpunt |
|---|---|
voordelen variabel brandpunt nadelen groot, opvallend en zwaar |
voordelen klein, onopvallend en licht nadelen beperkt tot één brandpunt |
In eerste oogopslag lijkt een zoomlens meer gemak met zich mee te brengen dan een vast brandpunt. Echter, de lichtgevoeligheid kan wel eens bepalend zijn voor het kunnen fotograferen of niet.
Voor welke brandpuntsafstand gekozen wordt is afhankelijk van de lokatie. Bij een festival of een groot evenement za de afstand van het podium tot het publiek groot zijn, en is een telelens gewenst. In kleine zaaltjes zal die telelens ongeschikt blijken te zijn. De juiste keuze van brandpuntsafstand zal dus bepaald worden door de lokatie. Het is belangrijk om in voren te weten hoe de situatie is om niet met de verkeerde uitrusting op pad te gaan. Tegelijkertijd kan een telelens op een kleine lokatie mooie close-ups mogelijk maken. Een zoomlens kan in dat geval veel flexibiliteit geven.
Als extraatje gebruik ik regelmatig een fisheye objectief voor overzichtsfoto's.
Het komt vaak voor dat (zoom)objectieven worden gekozen vanwege de beeldstabilisatie. Testen wijzen uit dat deze systemen veel stabiliteit geven, sommigen tot wel 4 (licht)stops. Dit betekent dat er scherpe opnamen gemaakt kunnen worden bij extreem lange sluitertijden. Met beeldstabilisatie kan ik, bijvoorbeeld met 200mm, een scherpe opname maken met 1/15e seconde in plaats van 1/250e seconde (4 lichtstops). Dit is ideaal bij lange brandpuntsafstanden omdat trillingen en kleine bewegingen van de fotograaf gecompenseerd worden. Een bewegend onderwerp zal echter niet scherp vastgelegd worden want de beeldstabilisatie kan deze beweging niet compenseren.
Een voorbeeld. Bij ISO1600 en diafragma f/4 levert een situatie een belichtingstijd van 1/15e seconde. Beeldstabilisatie maakt het mogelijk om een scherpe opname te maken. Als ik dezelfde situatie kan fotograferen met diafragma f/1,4 levert dat een sluitertijd van 1/125e seconde op. Een bewegend onderwerp zal in dat laatste geval wèl scherp op de foto staan, terwijl in het eerste geval de beweging niet bevroren zal worden.
Daarom: een lichtgevoelig objectief geeft meer waarde dan beeldstabilisatie. Alleen bij lange brandpunten zal beeldstabilisatie nut hebben, en dan alleen om de camera stil(ler) te kunnen houden.
Het is moeilijk om aan te geven wat de beste lenskeuze is. Ga je voor lichtgevoeligheid of voor de flexibiliteit van een zoomobjectief. Mijn keuze van objectieven is als volgt (figuur 5):
De keuze tussen de 70-200mm en de 135mm is afhankelijk van de lokatie. Momenteel gebruik ik de 135mm het meest en laat de 70-200mm liggen voor uitsluitend de grote (buiten)podia die bij festivals te vinden zijn. Uiteindelijk hoop ik de 24-70mm te vervangen door (of aan te vullen met) een EF 35mm f/1,4L en een EF 85mm f/1,2L. Lichtgevoeligheid is voor mijn belangrijker dan de flexibiliteit. Uiteraard zijn voor andere merken soortgelijke alternatieven beschikbaar.
De hieronder genoemde instellingen zijn uiteraard niets meer dan die door mij gebruikt zijn. Het is geen regel en dient derhalve slechts als richtlijn aangehouden te worden. Per omstandigheid zal dit meer of minder afwijken. Ik neem alle instellingen van de camera één voor een door waarbij ik uitga van de door mij vrijwel altijd gebruikte Av instelling, ofwel diafragma voorkeuze.
Vrijwel alle camera's bezitten de standen volautomaat (P), sluitertijdvoorkeuze (Tv), diafragmavoorkeuze (Av) en handmatig (M). Van deze vier standen gebruik ik bijna altijd de diafragmavoorkeuze. Ik wil immers zoveel mogelijk licht dus zet ik het diafragma helemaal open en laat de camera de sluitertijd erbij zoeken. De rest van de tijd stel ik de camera handmatig in, wat goed mogelijk is als het licht tijdens het optreden vrij constant is.
De overige twee standen heb ik nog nooit eerder gebruikt, maar dit is wel mogelijk. De sluitertijd voorkeuze werkt in dat geval bijna hetzelfde als bij handmatig, waarbij een geschikte sluitertijd gekozen wordt, afgaande op de grootste lensopening. Indien er meer licht is zal de camera het diafragma wel bijregelen. En dan hebben we uiteindelijk de volautomaat. Hier kiest de camera alles zelf. Samen met een automatische ISO instelling zou dit de meest flexibele instelling kunnen zijn, ware het niet dat er totaal geen controle meer is: je moet de intelligentie van de camera dan volleidg vertrouwen. Ik heb deze laatste mogelijkheid nog nooit gebruikt, maar zal dit zeker eens gaan uitproberen.
Kort gezegd: tussen de ISO1000 en ISO2500. Over het algemeen wens ik de gevoeligheid zo laag mogelijk te houden. Bij sommige optredens is ISO1000 goed bruikbaar, en soms haal je het bij ISO2500 niet of nauwelijks. Dit is uiteraard afhankelijk van het gebruikte objectief. Bij een lensopening van f/1,4 zal de ISO een stuk lager gezet kunnen worden dan wanneer de lensopening niet groter dan f/4,0.
Over het algemeen ga ik niet hoger dan ISO2500 ondanks dat mijn camera de 6400 kan halen. Aangezien de lichtomstandigheden alles behalve optimaal zijn, zal ruis vanaf ISO1000 altijd een rol gaan spelen, waarbij de hoeveelheid natuurlijk ook weer camera afhankelijk is.
In eerste instantie neem ik een zo groot mogelijke lensopening om zoveel mogelijk licht te vangen. Zeker bij minimale lichtomstandigheden zal dit vrijwel altijd noodzakelijk zijn.
Maar pas op! Met name bij de extreem grote lensopeningen (f/1,4 tot f/2,8) komt het verschijnsel scherptediepte om de hoek kijken (DOF). Deze is in dit diafragma bereik zo klein dat slechts één klein deel van de foto scherp zal worden. Dit heeft tevens een nadelige invloed op de scherpstelling waarbij het dan extreem belangrijk is het juiste scherpstelpunt te hebben of vinden. Vooral bij langere brandpuntsafstanden gaat dit een belangrijke rol spelen. Het is een beetje wikken en wegen. Of je diafragmeert en neemt een grotere gevoeligheid, of je neemt de geringe scherptediepte voor lief met het (grote) risico dat het onderwerp niet op het juiste punt scherp is.
De witbalans is een moeilijke. In sommige gevallen werkt daglicht (5200K) het beste, soms kunstlicht (2700K). Omdat er veel met verschillende kleuren licht gewerkt wordt tijdens optredens, zal een automatische witbalans (AWB) vaak in de war raken en daardoor een verkeerde kleurtemperatuur instellen. Dit is op zich geen probleem wanneer de foto's in RAW formaat gefotografeerd worden, maar als er gekozen is voor JPEG zal een correctie achteraf vrijwel niet mogelijk zijn. Omdat ik in het verre verleden, in het analoge tijdperk, altijd met daglicht film gewerkt heb, is er nu de neiging om de camera altijd standaard op daglicht ingesteld te houden. Door met RAW bestanden te werken blijft het altijd mogelijk om de kleurtemperatuur achteraf bij te stellen. Uit ervaring merk ik dat met de kleurtemperatuur van daglicht de meeste concertfoto's niet veel bijgestuurd hoeven worden. Dit scheelt in de nabewerking.
Spotmeting, evaluative of centre weighted... welke is geschikt? Hoewel spot meting aantrekkelijk lijkt, heb ik de camera altijd op centre weighted staan. Hierbij wordt het gemiddelde over het hele beeldveld gemeten, met nadruk op het midden van de foto. Ik heb gemerkt dat bij spotmeting het risico aanwezig is (en ook erg groot is) dat door het gebruik van spotlights op het podium, een valse meting plaatsvindt waardoor al snel onderbelichting optreedt. Door gebruik van centre weighted bestaat welliswaar het risico van overbelichte delen, maar dit hoeft niet erg te zijn. Soms kan het zelfs bijdragen aan de sfeer (zie figuur 8). Alleen bij gebruik van telelenzen en (extreme) closeups kan spotmeting een uitkomst bieden.
Uit het voorgaande zal wel duidelijk zijn dat ik altijd in RAW werk. Het geeft de gelegenheid om de belichting nog enigszins bij te regelen, ruisreductie toe te passen en vooral de witbalans bij te regelen. Bij fotograferen in JPEG zullen de camera instellingen bepalend zijn voor de foto kwaliteit. Door de wisselende lichtomstandigheden zal deze voor het beste resultaat regelmatig bijgeregeld moeten worden. En daar is vaak geen of weinig tijd voor.
Om dit zichtbaar te maken heb ik een foto simultaan in RAW en JPEG gemaakt, en deze met opzet 5 stops onderbelicht. Deze onderbelichting is met DPP en Photoshop CS2 zoveel mogelijk gecorrigeerd. Daarbij heb ik als extra stap de witbalans gecorrigeerd.
Gegevens van de onderstaande foto: EOS 1Dmk3 + EF 24-70mm f/2,8L USM / 1/60sec / f/2,8 / ISO100 / -5EV / 5200K
Van de foto in figuur 9 is de belichting gecorrigeerd, en verder niets. De gecorrigeerde RAW via de RAW-converter DPP staat links, en de gecorrigeerde JPEG via Photoshop CS2 staat rechts. Elke foto van deze serie linkt naar de originele foto in groot formaat, en eronder staat een 100%crop van de bovenstaande foto.
Een stapje verder is de correctie van de kleurtemperatuur. Zoals ik al aangaf wil de automatische witbalans nogal eens in de war raken tijdens de wisselende lichtomstandigheden van een concert, waardoor een verkeerde kleurtemperatuur gekozen wordt. De foto in dit voorbeeld (welke de 5EV gecorrigeerde foto uit figuur 9 is) is gemaakt onder kunstlicht omstandigheden met een handmatig op daglicht ingestelde witbalans.
Het is duidelijk dat de correctie van de JPEG niet of nauwelijk uit te voeren is.
Indien het mogelijk zou zijn geweest om een grijskaart mee te fotograferen zou de kleurtemperatuur van de JPEG in Photoshop veel nauwkeuriger gecorrigeerd kunnen worden. In de praktijk zal dit niet of nauwelijks mogelijk zijn. Zeker niet bij concerten.
Deze voorbeelden laten duidelijk de meerwaarde van RAW zien, zowel voor concertfotografie als in het normale gebruik.
Een laatste kanttekening.
Dit voorbeeld is met ISO100 gemaakt, waarbij ik de grenzen van het mogelijke heb opgezocht door maar liefst 5 stops onder te belichten. Bij concertfotografie wordt met hogere ISO waarden gefotografeerd. Dit werkt nadelig voor de ruis in de foto. Een correctie van 5 stops zal bij die hoge ISO waarden leiden tot een veel grotere ruistoename dan in dit voorbeeld met ISO100. In de praktijk zal dan slechts maximaal 1 stop haalbaar zijn zonder dat de ruis gaat overheersen.
Er zijn nog een aantal instellingen die ik heb, welke uitsluitend voor het gebruiksgemak zijn. Uiteraard heb ik de camera altijd op 'motor-drive' staan. Je weet nooit of je onverwacht meerdere foto's achter elkaar wilt maken (zie figuur 8). Hoge ISO ruisreductie staat altijd uit, want dit kan eventueel later in de RAW converter gedaan worden. De functie 'lichte tonen prioriteit', die in de nieuwere camera's aanwezig kan zijn, staat niet ingeschakeld. Maar deze twee laatst genoemden zijn niet bepalend voor het fotograferen zelf en kunnen desgewenst gewoon gebruikt worden. Dit zijn veel specifieke Canon instellingen en ik weet niet of dergelijke aanpassingen ook bij andere merken mogelijk zijn. Ik som ze hieronder op om het beeld compleet te maken.
Het is mogelijk om bij Canon de knoppen voor scherpstelling en belichtingsmeting om te draaien. Hierdoor wordt de scherpstelling door middel van de FEL knop (op de camera weergegeven door een asteriks [*]) of met de AF-ON button op de nieuwere modellen, geactiveerd in plaats van de ontspanknop. De ontspanknop krijgt de functie belichtingsmeting. Op deze manier wordt scherp gesteld met de duim op de achterkant van de camera, en de belichting gemeten en vastgehouden met de ontspanknop. Daarbij heb ik de scherpstelling altijd op SERVO staan.
Dit lijkt op het eerste oog vreemd, maar zodoende is de scherpstelling en belichtingsmeting volledig van elkaar losgekoppeld. Zonder verdere verandering van instellingen kan ik de scherpstelling activeren en locken (door de vinger van de knop te halen), of continu te laten scherpstellen bij continu bewegende onderwerpen (door de knop vast te blijven houden). Bovendien kan ik de belichting vasthouden door de ontspanknop vast te houden zonder bang te zijn dat de scherpstelling daardoor beïnvloed wordt.
Deze aanpassing kan bij Canon worden ingesteld via de custom function mogelijkheden. Wellicht dat de meest eenvoudige dSLR camera's deze mogelijkheid niet hebben.
Eén. Het middelste.
Het is leuk 5, 9 of 51 meetpunten te hebben, maar door de vele (storende) elementen op het podium is de kans groot dat er op het verkeerde punt scherp gesteld wordt. Mede door het geringe contrast zal de AF nemen wat er te vinden is, ook al is het niet wat je scherp wilt hebben. Stel de camera op één enkel punt in, en kies daarvoor het middelste. Met behulp van de hiervoor vermelde aanpassing is een scherpstelling snel en eenvoudig uit te voeren waarna compositie bepaling mogelijk is. Canon geeft de mogelijkheid om dat enkel scherpstelpunt (snel) van het midden te verzetten naar een omliggend punt met behulp van de joystick op de camera (indien aanwezig). Met wat oefening kan hiermee een compositie sneller gemaakt worden.
En dan is het zover. Dan sta je voor het podium en start de band. Als ik dan om me heen kijk zie ik vaak de collegae fotografen van start gaan. Ja, het opkomen van de band of artiest kan spectaculair zijn, maar met de kleinere optredens valt dat meestal wel mee. De openings acts vallen vanuit fotografisch oogpunt vaak tegen: teveel rook, teveel tegenlicht of te donker. Uit ervaring weet ik dat de mooiste foto's niet in deze momenten gemaakt worden (uitzonderingen daargelaten). Daarom haast ik me niet. Er komen nog kansen genoeg.
Wellicht is het overbodig te vermelden, maar een zonnekap kan veel uitmaken. De felle lichten kunnen tot hinderlijke reflecties in de lens leiden; de zogenaamde flares. Vooral met de moderne objectieven waarin tot wel 20 lenselementen verwerkt kunnen zitten, kan een flare snel optreden en de complete foto ruïneren. Fabrikanten proberen dit tegen te gaan door ingenieuze coatings, maar een zonnekap is daarbij een onmisbaar hulpmiddel.
De zonnekap heeft nog een bijkomend voordeel. In een drukke omgeving geeft het enige bescherming voor het objectief. We willen natuurlijk niet dat het frontlens element van dat dure objectief beschadigd raakt. Mijn advies; als je er geen hebt, koop er een. En als je er een hebt, ALTIJD erop laten zitten.
Ik wil beginnen met een kort woordje over houding en gedrag. Begrijp dat de band er in de eerste plaats voor de fans en muziek liefhebbers is. Die staan voorop, letterlijk en figuurlijk. Als fotograaf zijnde wil je natuurlijk de ruimte hebben en naar believen van links naar rechts en midden voor het podium kunnen staan. In veel gevallen is dat moeilijk of zelfs onmogelijk. Onlangs fotografeerde ik tijdens Summer Darkness 2008 in Tivoli op de Oude Gracht in Utrecht. Daar drong een fotografe zich met ellebogen naar voren om met de neus (of lens) voorop te staan. In mijn ogen is dit ongewenst gedrag.
Dus, hou rekening met de bezoekers en vraag vriendelijk om er even bij te mogen. Ga niet wringen of dringen, en wees hoffelijk. In de meeste gevallen is iedereen meegaand.
Een lange brandpuntsafstand geeft de gelegenheid om echte portretfoto's van de artiest te maken. Het isoleert de artiest of artiesten enigszins, een effect dat natuurlijk sterker wordt naarmate de brandpuntsafstand toeneemt. Een brandpuntsafstand tussen de 70mm en 200mm is in veel gevallen een uitstekende keuze.
De belichting bij telelenzen is rechttoe, rechtaan. Artiesten staan vaak in spotlights, een concentratie van licht juist op het punt dat je wilt fotograferen. Met de Av stand (diafragmavoorkeuze) kun je prima uit de voeten en de belichting zal vrijwel altijd correct zijn, of zelfs iets overbelicht. Met de belichtingscompensatie is dat dan eenvoudig te corrigeren (of later in RAW). Let wel op de schaduwpartijen. Microfoons, de wenkbrauwen of de neus willen nogal eens delen van het gezicht uit het licht houden waardoor er zware schaduwen ontstaan. Een positie recht voor de artiest is dan ook niet altijd de beste plaats.
Beperk je niet alleen tot portretfoto's of detailfoto's van de artiest. Vaak heb je dan al genoeg aan een paar foto's omdat ze allemaal op elkaar gaan lijken. Dan is het tijd om af te wisselen en meer op de foto te zetten.
Met een brandpuntsafstand van 24mm tot 70mm zijn mooie overzichtsfoto's te maken. De artiest(en) komen dan helemaal in beeld en het is een uitstekende brandpuntsafstand om rook- en lichteffecten vast te leggen. Maar het geeft ook wat moeilijkheden.
Zo is met een detailfoto het licht redelijk egaal verdeeld over de compositie. Een belichtingsmeter zal het daar niet zo moeilijk mee hebben. Als er meer op staat zijn de lichtverschillen vaak groot: donkere partijen en plaatsen die baden in de spotlights. Het is dan onzeker waar de belichtingsmeter op zal reageren en er bestaat een reële kans dat de donkere partijen bepalend zullen worden voor de belichting. In die gevallen kan overschakelen op handmatig een oplossing bieden.
Je kunt het beste uitgaan van de belichting die je bij gebruik van de telelens gemeten hebt. Trek daar één stop vanaf en de kans is groot dat je goed zit. Is de belichting bij de telelens 1/125sec? Zet bij groothoek de sluitertijd op 1/60sec. Controleer je de foto vluchtig op over of onderbelichting en corrigeer naar gelang het resultaat.
Het is geen regel. Er zijn gevallen genoeg waarbij het licht egaal verdeeld is over het podium. In die gevallen zal de belichtingsmeter prima werken. In andere gevallen is het verschrikkelijk wisselend. Reageer naar gelang de situatie en corrigeer de instelling als het resultaat niet helemaal naar de zin is.
Links? Rechts? het midden? Tegen het podium? Ver van het podium af?
Alles is mogelijk. Waarom niet? Neem alle posities een keer in als dit mogelijk is. Het geeft een mooi afwisselende reportage. Maar pas op een paar valkuilen.
Soms is het podium hoog. Als je er dan tegenaan staat moet je continu naar boven fotograferen. Wanneer je recht in het midden staat, of beter gezegd, recht voor de artiest, kijk je recht in zijn of haar neusgaten. Erg charmant worden dergelijke foto's niet. In dat geval moet je zorgen voor meer afstand waarbij de telelens onontbeerlijk is of wordt. Met name festivals met grote (buiten)podia hebben dit probleem. Het is ook mogelijk om meer naar de zijkant te gaan, wat in de meeste gevallen sowieso betere foto's zal opleveren: je hebt minder last van de microfoonstandaard en microfoon die voor de mond of gezicht gehouden wordt.
Wanneer het podium klein is heb je daar minder of geen last van. Maar ook daar werkt een positie aan de zijkant beter om dezelfde (laatstgenoemde) reden. En wie weet, met groothoek kun je het publiek er dan ook nog op krijgen, waardoor de sfeer beter gevangen wordt of kan worden.
De kleuren rood en blauw kunnen een ellende zijn. En die kleuren worden veelvuldig gebruikt. Met name gebruik van één enkele kleur is een verschrikking. De foto wordt monochroom, vlak en er is ogenschijnlijk weinig meer mee aan te vangen. Soms werkt die monochrome kleur in het voordeel, maar vaker niet.
Concertfoto's die hoofdzakelijk rood of blauw licht bevatten komen vaak beter uit de verf als ze omgezet worden in zwartwit. Stel de camera echter nooit op zwartwit in, want dit zal geen goede resultaten opleveren. In de nabewerking achter de computer is veel meer te manipuleren, waarbij die overstraalde rode foto achteraf toch nog toonbaar is geworden.
Nee. Liever niet. Sommige artiesten willen het ook niet, al dat geflits in hun gezicht. Maar belangrijker, het dood de sfeer. Flits kan wel uitkomst bieden in het 'bevriezen' van snelle acties, zoals headbangende artiesten of rondzwierend haar. Om dat vast te leggen zonder het 'doodflitsen' is een kunst an sich en zeker mogelijk, in mijn opinie. De techniek om te flitsen zonder dat het storend wordt is bijzonder moeilijk en ik heb dit nog niet eerder uitgeprobeerd tijdens een optreden. Wellicht dat dit in de toekomst nog anders zal zijn. In dat geval zal ik er nog wat over schrijven. Maar vooralsnog adviseer ik om gewoon niet te flitsen.
Ik fotografeer in RAW. Dat vergt het nabewerken tot de uiteindelijke JPEG die toonbaar is op bijvoorbeeld internet. De workflow is op meerdere manieren te doen. Hier laat ik mijn methode zien en wellicht dat dit voor sommigen enkele ideeën kan opleveren. Ik ben kritisch in de selectie van de foto's die ik wil overhouden. Gemiddeld slaag ik erin om ongeveer honderd foto's bij een optreden te maken. Daarvan wil ik er veelal maximaal een dertigtal overhouden. Bij foto's die op elkaar lijken kies ik de beste uit waarbij ik let op compositie, gezichtsuitdrukking, schaduwen en natuurlijk de scherpte. Deze selectie is erg moeilijk, maar achteraf zal blijken dat de weggegooide foto's niet gemist gaan worden. het is beter om dertig hele mooie over te houden, dan zestig foto's waarvan er een hoop maar nèt gaan. Natuurlijk is de keuze aan de fotograaf hoe ermee om te gaan.
Ik gebruik standaard Digital Photo Professional (DPP) van Canon, maar elk andere RAW converter is natuurlijk te gebruiken. In dit programma corrigeer ik daar waar nodig de over- of onderbelichting, de witbalans en stel naar wens de luminicentie en/of kleur ruisonderdrukking in. Met de EOS 1DmkIII kan ik de belichting tot maximaal 2 stops onderbelichten, of 1 stop overbelichten. Dat laatste levert wel meer ruis in de foto op die niet helemaal meer met de ruisonderdrukking in DPP weggewerkt kan worden. Meer dan 1 stop overbelichten levert veel ruis en 'banding' op, wat de foto in mijn ogen lelijk maakt. Een opname die tot 2 stops of meer overbelicht moet worden is in mijn ogen mislukt, en deze gaat dan ook regelrecht de prullenbak in.
Van de foto maak ik met DPP direct een ongecomprimeerd 8bit JPEG bestand. Ik sla de hele stap van TIFF en 16bit over.
De JPEG bestanden die ik met DPP gemaakt heb verwerk ik verder in Photoshop. Ik bepaal of het kleur of zwartwit moet worden. Wordt het zwartwit, dan kies ik met de functie Channel Mixer de juiste kleurfilters om een zo mooi mogelijk zwartwit contrast te krijgen. (zie de later te verschijnen tutorial over zwartwit omzettingen in Photoshop, maar als zichtbaar is in mijn voorbeeld verder in de tekst). Kies ik voor kleur, dan wordt deze stap overgeslagen.
Vervolgens geef ik de foto met behulp van de functie Curves het gewenste contrast en voeg desgewenst een vignetering masker toe. Dit laatste doe ik om meer nadruk op het onderwerp: de artiest, te krijgen.
Verscherping voer ik (bijna) nooit uit. De foto's bij deze hoge ISO instellingen zijn daar nauwelijks geschikt voor.
Uiteindelijk voeg ik een frame toe, die ik als action in Photoshop aangemaakt heb, vul de EXIF data aan met de gegevens van het optreden, en schrijf het plaatje weer als ongecomprimeerd JPEG weg.
Het is nooit mijn bedoeling om de foto zo te bewerken of veranderen dat deze niet meer op het origineel lijkt. Het doel van het bewerken in Photoshop is het optimaliseren van kleuren (of het verwijderen daarvan) en contrasten, met hier en daar een lichte blur, soms verscherping, of het oplichten van donkere schaduwpartijen zoals ik in het onderstaande voorbeeld zal laten zien.
Om een idee te krijgen van de workflow laat ik hier de bewerkingen zien voor een van de opnamen die gemaakt zijn bij het optreden van Epica in de Effenaar op 17 oktober 2008.
Alle foto's linken naar het originele screenshot dat ik van de bewerkingsstap gemaakt heb.
De gegevens van de opname zijn: EOS 1DmkIII met EF 135mm f/2L USM - 1/160sec met f/2,8 - ISO2000 - 0EV - 5200K (daglicht).
1. Omzetten van RAW naar JPEG
De eerste stap is het omzetten naar een JPEG bestand. Gezien het verschil in contrast heb ik gekozen voor twee omzettingen: een voor de lichte delen (-0,5 EV) van de foto en een voor de donkere (+1 EV), welke later samengevoegd gaan worden in Photoshop.
Natuurlijk is het desgewenst ook mogelijk om de foto's als 16bit TIFF op te slaan voor verdere verwerking.
Deze foto wil ik in zwartwit omdat ik de kleur blauw niet mooi genoeg vind uitkomen. Het 'spreekt' niet voldoende.
2. Samenvoegen met layers in photoshop
De twee verkregen JPEG bestanden worden geopend in Photoshop waarbij ik de donkere versie op de lichte versie leg (figuur 25). Met behulp van een masker is het mogelijk om de lichte delen zichtbaar te maken zodat er een goede balans tussen licht en donker is.
Gebruik een grote brush met een 'hardness' van 0% voor een vloeiend verloop (figuur 26). Ik werk nooit gedetailleerd met een dergelijk masker; ten eerste is het verschrikkelijk veel werk om het goed te krijgen, en ten tweede; er zijn vrijwel nooit scherpe overgangen waardoor nauwkeurig werk vrijwel geen meerwaarde geeft. In mijn voorbeeld heb ik een brushgrootte van 578 pixels gebruikt.
Eventueel kan de opacity aangepast worden voor een subtieler gebruik van de brush.
3. Omzetten naar zwartwit en contrast
Zoals gezegd, het kleurenpallet van deze foto vind ik niet mooi uitkomen. Daarom wordt de foto omgezet naar zwartwit. Dit doe ik via de optie channel mixer (figuur 20) omdat het hiermee mogelijk is om de kleurkanalen afzonderlijk te manipuleren.
Na de omzetting naar zwartwit is de foto ietswat grijs geworden. Dit is te verbeteren door middel van de optie curves (figuur 29) waardoor het contrast beter wordt en de foto minder grijs oogt.
4. Toevoegen van vignetering
De foto is nog niet helemaal naar mijn zin. Om meer aandacht op het gezicht te vestigen ga ik vignetering toevoegen. In het verleden gebruikte ik een zwarte layer, een masker en de opacity. Nu gebruik ik curves in plaats van een zwarte layer waarbij de detaillering in de donkere hoeken dan beter uitkomt.
In het kort neem ik de volgende stappen, welke ik in een action gezet heb waardoor het met één druk van de knop uitgevoerd wordt. Natuurlijk doe ik niet elke foto voorzien van vignetering.
5. EXIF data en frame
Ik heb mezelf de gewoonte aangewend om in de EXIF data gegevens toe te voegen. Dit is de vijfde stap dit ik uitgevoerd heb waarbij de titel, mijn naam en een korte beschrijving van het onderwerp en de lokatie toegevoegd is. Tenslotte voorzie ik de foto van een frame, dat ook met behulp van een action zonder verdere handelingen uitgevoerd kan worden.
Het eindresultaat
In figuur 26 heb ik het resultaat zichtbaar gemaakt. De linkse opname is een rechtstreekse omzetting uit de RAW file zonder enige aanpassing, dus recht uit de camera, en rechts is het eindresultaat.
Het mag duidelijk zijn dat de bovenstaande bewerking specifiek voor deze foto is gekozen. Elke foto krijgt zo zijn eigen bewerking en deze kan meer of minder zijn dan wat ik hier als voorbeeld heb aangehaald. Ik streef ernaar om zo weinig mogelijk aanpassingen te maken, en met die gedachte sta ik te fotograferen.
Er is niets zo vervelend als storende elementen in een foto. Wegens de omstandigheden tijdens een concertoptrede is het echter niet altijd te voorkomen. Denk aan een rommelig podium, publiek, microfoon standaarden of andere elementen die deel uitmaken van het optreden of de omgeving. Zo kan er ook een spotje verkeerd staan en zo in de foto verschijnen dat deze afleidt van het onderwerp. Of een groen vluchtweg bordje boven een deur (figuur 26), ergens op de achtergrond. Dit zijn elementen die ik het liefst niet in de opname terug wil zien, maar dit is niet altijd, of altijd niet te voorkomen. Gelukkig dat de digitale wereld wat hulp kan bieden.
Ik zeg hulp, en zo zie ik het ook. Een microfoon standaard is een onderdeel van het optreden. Als die in de weg staat, ga ik een andere positie innemen (indien mogelijk). Als er een spot verkeert staat, probeer ik deze in de compositie mee te nemen of ervan gebruik te maken voor gewenst tegenlicht. En toch blijven er soms dingen in de foto verschijnen waar je tijdens het fotograferen niet op gelet hebt. En in sommige gevallen zijn deze weg te werken met een fotobewerkingsprogramma; nog een positieve ontwikkeling ten opzichte van het oude analoge tijdperk.
Ik probeer het te vermijden door er rekening mee te houden tijdens het fotograferen. Dat scheelt achteraf veel werk. Daarom zal ik ook alleen in 'noodgevallen' gaan croppen of elementen uit de foto wegpoetsen.
Wat doe ik met de RAW bestanden? Die gooi ik weg als de bewerking naar wens is. Sommigen zullen me voor gek verklaren maar ik zie het nut er niet van in om die grote bestanden nog te bewaren.