Tips voor het fotograferen van het noorderlicht

Het noorderlicht is een natuurverschijnsel dat bij veel fotografen op de verlanglijst staat. Het prachtige groene licht aan de donkere hemel spreekt zeker tot de verbeelding. Het noorderlicht, de Aurora borealis (of de tegenhanger, het zuiderlicht, of Aurora australicus) in werkelijkheid zien is heel wat indrukwekkender dan op een foto, hoe mooi ook gefotografeerd. Het danst in de sterrenhemel en is continu in beweging. Soms beweegt het snel, dan weer traag. Het is een levend iets dat nooit hetzelfde is en heel onvoorspelbaar. Je ziet er de sterren doorheen, en maanlicht beïnvloed het noorderlicht niet.

Noorderlicht boven Mortsund en Stattles Rorbusenter

Hoewel het op een foto nooit zo indrukwekkend is als in het echt, geven foto’s toch een redelijk idee. Het fotograferen van het noorderlicht is in principe niet moeilijk, mits je met een aantal dingen rekening houdt. In feite is het niet anders dan het fotograferen van een sterrenhemel, of de Melkweg; zet je ISO hoog en diafragma open om zoveel mogelijk licht te vangen.

De Maan en het Noorderlicht samen aan de hemel
De Maan en het Noorderlicht samen aan de hemel

Voor het noorderlicht moet het uiteraard donker zijn. En je moet bij voorkeur in het Noorden zijn, boven de Poolcirkel. Een plek boven 62° Noorderbreedte is ideaal. Hier liggen de bekende plekken (in Europa) zoals IJsland en natuurlijk Lofoten. Trek een lijn over deze noorderbreedte en je weet waar je het beste kunt zijn.  Hoever Zuidelijk je het kunt zien hangt af van de kracht van het noorderlicht. Hoe krachtiger het is, hoe verder het naar het Zuiden afzakt. Als je op Lofoten bent, dat op 68° Noorderbreedte ligt, moet je bij geringe activiteit naar het Noorden kijken om het te zien, en bij intense activiteit naar het Zuiden. Bij een heel intense activiteit zakt het zover naar het Zuiden af, dat het zelfs tot op de Waddenzee te zien is. Er zijn zelfs waarnemingen geweest tot boven de Middellandse Zee.

De kracht van het noorderlicht hangt af van de activiteit van de zon. Die doorloopt een 11-jarige cyclus van actief naar minder actief. Rond deze tijd (2019-2020) zitten we rond het zonneminimum, waardoor de intensiteit van het Noorderlicht over het algemeen gering kan zijn. Maar dat betekent echter niet dat het niet te zien is. En te fotograferen, natuurlijk. Met de onderstaande tips moet dat zeker gaan lukken.

Noorderlicht boven de haven van Harstad in 2018, met de Trondenes kerk aan het fjord.

Apparatuur

Camera

Zorg voor een camera die hoge ISO waarden aan kan, en waar het mogelijk is om lange sluitertijden te fotograferen. De voorkeur geniet voor een spiegelreflex camera, of mirrorless camera. Compact camera’s zijn vaak ook mogelijk, mits dat je voldoende handmatige instellingen kunt doen. Denk daarbij aan lange sluitertijden, in combinatie met hoge ISO waarden en een grote lensopening.

Objectief

In principe is een groothoek objectief de beste keuze.  Het liefst eentje met een grote lensopening om zoveel mogelijk licht te vangen. Een brandpunt van minder dan 24mm is wenselijk, maar langere brandpunten kan in sommige gevallen ook. Heb je geen mogelijkheid om objectieven te wisselen, zorg dan dat je zoveel mogelijk uitzoomt.

Het noorderlicht, boven de baai van Yttersand met 45mm brandpunt (ISO6400 - f/2,8 - 4 seconden)
Het noorderlicht, boven de baai van Yttersand met 45mm brandpunt (ISO6400 – f/2,8 – 4 seconden)

Statief

Een statief is belangrijk. Het geeft de mogelijkheid tot gebruik van langere sluitertijden zonder gevaar voor bewegingsonscherpte. Het statief moet stabiel zijn. Let er ook op dat de camera stevig op het statief staat, want dat zie ik nog wel eens anders tijdens mijn workshops.

Draadontspanner of self timer

Simpelweg op de ontspanknop drukken kan bewegingsonscherpte veroorzaken. Door een draadontspanner, afstandsbediening, of  self timer te gebruiken voorkom je dit.

Handmatig scherpstellen

Zet de autofocus van de camera uit, en stel handmatig scherp op je onderwerp, of op een lichtbron in de verte. Meestal zal scherpstellen op oneindig het beste zijn.

Nachtelijk zeezicht vanaf het strand van Uttakleiv. In dit soort omstandigheden werkt AF niet. (16mm - ISO6400 - f/2,8 - 15 sec)
Nachtelijk zeezicht vanaf het strand van Uttakleiv. In dit soort omstandigheden werkt AF niet. (16mm – ISO6400 – f/2,8 – 15 sec)

Beeldstabilisatie uitzetten

Het geniet de voorkeur om de beeldstabilisatie van objectief of camera uit te zetten. De moderne objectieven en camera’s  kunnen detecteren als er vanaf statief gefotografeerd wordt, maar neem het zekere voor het onzekere. Wind, of tegen het statief stoten kan de beeldstabilisatie onbedoelt toch activeren.

Camera instellingen

Leer hoe hoog de ISO van je camera kan

Zorg ervoor dat je weet tot hoe hoog de ISO van je camera een acceptabel resultaat oplevert. Doe dit ruim voor je op reis gaat, zodat je weet wat de grens is van de camera. Zodoende ben je perfect voorbereidt voor het fotograferen in de nachtelijke uurtjes. Ik heb hierover een mooi artikel geschreven: Tot hoeveel ISO kan je camera gaan

Noorderlicht en de Melkweg. (16mm - ISO12800 - f/2,8 - 10sec)
Noorderlicht en de Melkweg met een extreem hoge ISO gefotografeerd. (16mm – ISO12800 – f/2,8 – 10sec)

Fotografeer in RAW

Hoewel dit zeker geen vereiste is, is het fotograferen RAW wel aan te raden. Het geeft de mogelijkheid om nadien de foto’s nog enigszins aan te passen zonder veel kwaliteitsverlies. Weet je niet hoe dat werkt, fotografeer dan in zowel JPG als RAW. Je kunt het beeld materiaal beter beschikbaar hebben, dan dat je er achteraf spijt van hebt.

Witbalans

Zet de witbalans op daglicht, of in het geval bij het fotograferen in JPG op auto wit balans. Corrigeer eventueel na het maken van een testfoto, zodat het beeld op je scherm naar wens is. Fotografeer je in RAW, dan is dit niet noodzakelijk aangezien je dit achteraf kunt bijregelen. Maar het is fijn als het resultaat op het scherm van je camera er al goed uit ziet.

Handmatige belichting

Kies voor een handmatige belichting, de manual stand. Hiermee kies je zowel diafragma als sluitertijd. Zorg voor een grote lensopening, en een relatief korte sluitertijd. Regel de juiste belichting vervolgens met je ISO waarde. Mocht die laatste te hoog zijn, speel dan met de sluitertijd om dit te voorkomen.

Nedredal, tussen Vikjorden en Valberg, waar het Noorderlicht tussen de bergen danst (24mm - ISO3200 - f/2,8 - 4 sec)
Nedredal, tussen Vikjorden en Valberg, waar het Noorderlicht tussen de bergen danst (24mm – ISO3200 – f/2,8 – 4 sec)

Diafragma

Dit is simpel. In eerste instantie zo ver mogelijk open. Er moet namelijk veel licht door het objectief kunnen. Diafragma f/2,8 of groter is ideaal. Maar met diafragma f/4 of f/5,6 kan het vaak ook wel. Hou er dan wel rekening mee dat de sluitertijd wat langer moet worden, of de ISO wat hoger. Of een combinatie natuurlijk.

Sluitertijd

De sluitertijd is wat moeilijker om goed te kiezen. In principe is een korte sluitertijd gewenst, ergens rond de 1 tot 5 seconden. Dan kan je de patronen van het noorderlicht goed zien. Langere sluitertijden leveren bewegingsonscherpte op, waardoor de hele lucht groen zal worden in plaats van de “gordijnen”

Een langere sluitertijd doet alle beweging uitsmeren tot een groene waas (12mm - ISO6400 - f/2,8 - 30 sec)
Een langere sluitertijd doet alle beweging uitsmeren tot een groene waas  (12mm – ISO6400 – f/2,8 – 30 sec)

Verder is het belangrijk om de sluitertijd niet langer te laten worden dan de regel die ervoor zorgt dat de sterren sterren blijven, en geen streepjes worden. De regel van 600 of 500 maakt het mogelijk om die sluitertijd te berekenen.

Een vlam noorderlicht, met zichtbare details door de korte sluitertijd (17mm - ISO6400 - f/2,8 - 3,2 sec)
Een vlam noorderlicht, met zichtbare details door de korte sluitertijd (17mm – ISO6400 – f/2,8 – 3,2 sec)

ISO

Kies je ISO waarde aan de hand van een test foto, waarbij je uit moet gaan van ISO1600 als uitgangspunt. Is je foto te donker, kies dan een hogere ISO waarde. Is de foto te licht, dan een lagere waarde. Komt de ISO bij de maximaal acceptabele waarde van je camera, dan kun je de sluitertijd langer maken totdat de belichting goed is. Maar hou de maximale sluitertijd (regel van 600 of 500) in het oog.

Het Noordelicht boven de stad Leknes. Twee opnamen: een met hoge ISO en korte sluitertijd voor het noorderlicht, en een lange sluitertijd voor de voorgrond.
Het Noordelicht boven de stad Leknes. Twee opnamen: een met hoge ISO en korte sluitertijd voor het noorderlicht, en een lange sluitertijd voor de voorgrond.

Andere praktische tips

  • Zorg dat je zichtbaar bent; een fluorescerend hesje is wel zo veilig, zeker langs een weg.
  • Controleer de belichting, ook tijdens het fotograferen van het noorderlicht. Het kan namelijk erg fel worden, zodat je de ISO lager moet gaan zetten.
  • Overweeg een aparte belichting van de voorgrond, als die de moeite waard is, en voeg deze foto’s later samen.
  • Blijf niet de hele avond op één locatie, maar zoek ook een andere op. Zo krijg je variatie in je omgeving en meer interessante foto’s.
  • Pas op je omgeving, en begeef je niet in gevaarlijke situaties.
  • Oefen met het fotograferen van een sterrenhemel. Dan weet je wat je kunt verwachten
  • Leer je camera kennen, zodat je die in het donker goed kunt bedienen. Dat geldt ook voor het statief.
  • Zorg voor een reserve accu, die je in je binnenzak of broekzak bewaard. Als het koud is kan je accu sneller leeg raken.
  • Zorg voor een noorderlicht app, die de kans en de sterkte voorspelt of aangeeft. Vanaf KP 2 kun je het Noorderlicht fotograferen, vanaf KP 3 kun je het goed met het blote oog zien.
  • Ga bij daglicht kijken waar je het noorderlicht wilt fotograferen. Dan is de plek iets vertrouwder in het donker.

Met al deze tips moet het zeker gaan lukken om het noorderlicht vast te leggen. Het enige waar geen controle over is, is de sterkte van het licht, en de weersomstandigheden. Het moet helder zijn, en de kracht bij voorkeur KP 3 of meer… veel meer. Maar bovenal, vergeet niet te genieten.

Succes.

 

 

 

Een (korte) reactie over wat je ervan vindt wordt op prijs gesteld :)